ECLI:NL:RBDHA:2026:21401
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing medewerking woningtoedeling met redelijke termijn in belang van minderjarige kinderen
Partijen, voormalig gehuwd en gezamenlijk eigenaar van de voormalige echtelijke woning, zijn in een geschil verwikkeld over de toedeling van de woning en de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige kinderen. De echtscheidingsbeschikking bepaalde de hoofdverblijfplaats bij de man en de woning aan hem toe, met een mogelijkheid voor de vrouw om de woning over te nemen indien de man dit niet wilde of kon.
De vrouw stelde in kort geding dat zij de woning kan overnemen en vorderde medewerking van de man aan de overdracht en ontruiming van de woning. De man weigerde onmiddellijke medewerking en wilde een redelijke termijn hanteren, mede vanwege het belang van de kinderen die sinds juni 2026 bij hem wonen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van de kinderen bij rust en stabiliteit voorop staat en dat een redelijke termijn tot 1 maart 2027 passend is. De man wordt veroordeeld tot medewerking aan de overdracht van zijn aandeel in de woning aan de vrouw uiterlijk op die datum, en tot ontruiming binnen 24 uur na overdracht. De vordering tot machtiging voor ontruiming met politie-inzet werd afgewezen als overbodig. Iedere partij draagt eigen proceskosten.
Uitkomst: Man wordt veroordeeld tot medewerking aan woningtoedeling aan vrouw uiterlijk 1 maart 2027 en ontruiming binnen 24 uur na overdracht, met inachtneming van het belang van de minderjarige kinderen.