ECLI:NL:RBDHA:2026:21382
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens schending zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel bij niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 1 maart 2026 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn. Eiser voerde aan dat hij ernstige lichamelijke en psychische klachten heeft, waaronder suïcidale gedachten, en dat overdracht aan Duitsland zou leiden tot onmenselijke behandeling.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet heeft voldaan aan de vergewisplicht uit het arrest C.K. tegen Slovenië, omdat hij onvoldoende onderzoek deed naar de gevolgen van overdracht voor eiser, ondanks overlegde medische stukken. Ook had verweerder de medische situatie beter moeten vaststellen om te beoordelen of individuele garanties van Duitsland nodig waren (arrest Tarakhel) en of hij zijn discretionaire bevoegdheid uit artikel 17 Dublinverordening Pro had moeten toepassen.
Het bestreden besluit is daarom in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep is beslist. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.