ECLI:NL:RBDHA:2026:21247
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid maatregel vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
De zaak betreft een beroep van eiser tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring die door de minister van Asiel en Migratie is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwist de rechtmatigheid van deze maatregel en vordert tevens een schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat de minister de maatregel heeft opgelegd vanwege een onderduikrisico en het ontwijken of belemmeren van de uitzettingsprocedure door eiser. De door de minister genoemde gronden, waaronder het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen, het niet meewerken aan vaststelling identiteit, en het ontbreken van vaste woon- of verblijfplaats, zijn door eiser niet betwist.
De rechtbank concludeert dat de maatregel voldoet aan de wettelijke voorwaarden en dat er geen minder ingrijpende, doeltreffende maatregelen beschikbaar zijn. Ook de ambtshalve toetsing leidt niet tot een ander oordeel. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen. De rechtbank wijst tevens de proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter M.B. de Boer en griffier M.A. van Garder.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.