Uitspraak
1.De feiten en het procesverloop
2.Het geschil
Het standpunt van appellante
de formule RWP203 niet in hun bezit te hebben”, wat naar het oordeel van appellante ongeloofwaardig is.
3.De beoordeling
de curator iets te laten toelichten”. Hoewel deze verzoeken lijken te zien op een bevel aan de curator, zien deze punten in wezen ook op de wijze waarop de rechter-commissaris toezicht moet houden. Het is de rechter-commissaris die voor de uitvoering van zijn toezichthoudende taak bepaalt over welke onderwerpen hij (zo nodig aanvullend) moet worden voorgelicht en op welke wijze en hoe gedetailleerd dat gebeurt. Dat is niet aan een individuele schuldeiser. Voor zover appellante bedoelt zelf iets toegelicht te willen zien, behartigt ze daarmee haar eigen belangen. Zoals overwogen is artikel 69 Fw Pro daarvoor niet bedoeld. Ook op deze onderdelen dient appellante niet-ontvankelijk te worden verklaard.