ECLI:NL:RBDHA:2026:2105
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging termijn herstel gebreken in bestuursrechtelijke omgevingszaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag op 16 januari 2026 een tussenuitspraak gedaan waarin zij het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een verlenging van de hersteltermijn toekent. Deze termijnverlenging betreft de gebreken die in een eerdere tussenuitspraak van 23 oktober 2025 zijn vastgesteld in het bestreden besluit.
Het college had binnen de oorspronkelijke termijn een verzoek ingediend om verlenging van de hersteltermijn met acht weken, vanwege de complexiteit en omvang van de herstelwerkzaamheden die intensieve interne en externe afstemming vereisen. De rechtbank oordeelt dat dit een bijzonder geval is dat een verlenging rechtvaardigt, mede omdat een andere beslissing waarschijnlijk zou leiden tot een minder finale geschilbeslechting.
De rechtbank stelt het college in de gelegenheid om uiterlijk 13 maart 2026 de gebreken te herstellen en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak. Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open, maar dit kan gelijktijdig met het hoger beroep tegen de einduitspraak worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de termijn voor het college tot uiterlijk 13 maart 2026 om de gebreken in het besluit te herstellen en houdt verdere beslissingen aan.