De rechtbank Den Haag heeft op 20 januari 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiseres B.V. het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp heeft aangevochten. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat het college niet heeft voldaan aan de in de tussenuitspraak van 11 september 2025 geconstateerde gebreken.
In de tussenuitspraak was vastgesteld dat het college onvoldoende onderzoek had verricht en niet deugdelijk had gemotiveerd of het te bouwen bouwwerk in strijd was met de geldende bestemmingsplannen. Tevens was onvoldoende onderbouwd dat de zonnepanelen in het kasdek het kweken van tuinbouwgewassen onmogelijk maken. Het college kreeg de gelegenheid deze gebreken te herstellen, maar heeft dit niet binnen de gestelde termijn gedaan.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit omdat het niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd. Het college wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de eerdere tussenuitspraak en deze uitspraak.
Daarnaast krijgt eiseres een volledige vergoeding van de proceskosten, waaronder rechtsbijstand, reiskosten en deskundigenkosten, ter hoogte van €5.367,40. De rechtbank wijst verzoeken tot verlenging van termijnen af en benadrukt het belang van efficiënte geschilbeslechting.