AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken voorafgaand bezwaar tegen WIA-uitkeringsbesluit
Eiseres, woonachtig in het buitenland, stelde beroep in tegen het besluit van het UWV om haar WIA-uitkering niet te wijzigen. De ex-werkgeefster had bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit, maar eiseres niet. De rechtbank oordeelde dat eiseres geen goede reden had om het bezwaar niet zelf in te dienen, mede omdat zij het besluit en de daaropvolgende correspondentie had ontvangen op haar toenmalige adres in Nederland.
De rechtbank stelde vast dat het bezwaar van de ex-werkgeefster ongegrond was verklaard, waardoor het bestreden besluit niets wijzigde aan de situatie van eiseres. Omdat eiseres niet eerst bezwaar had gemaakt, kon zij geen beroep instellen volgens artikel 6:13 AwbPro. Eiseres verscheen niet op de zitting en gaf geen verklaring voor het ontbreken van bezwaar.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter D.R. van der Meer op 4 februari 2026. Eiseres kan nog in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voorafgaand bezwaar tegen het primaire besluit.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/7623
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , thans wonende te [woonplaats] ( [land] ), eiseres,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(het Uwv), verweerder
(gemachtigde: C. Schravesande
Als derde-partij neemt aan het geding deel Pharmachemie B.V., de ex-werkgeefster,
(gemachtigde: mr. F.A.M. Stegenga-Naus)
Procesverloop
De ex-werkgeefster heeft een herbeoordeling van de WIA-uitkering van eiseres (ex-werkneemster) aangevraagd.
Met het besluit van 10 augustus 2023 (het primaire besluit) heeft het Uwv beslist dat de WIA-uitkering van eiseres niet wijzigt.
De ex-werkgeefster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het besluit van 14 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard, en werkneemster ongewijzigd volledig, maar niet duurzaam, arbeidsongeschikt geacht.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De ex-werkgeefster is (voorlopig) als derde-partij tot het geding toegelaten.
Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Eiseres is met een aangetekende brief uitgenodigd voor de zitting op het bij de rechtbank bekende adres van eiseres in Nederland. Die aangetekende brief is retour gekomen met de mededeling dat eiseres is geëmigreerd.
Uit de in het dossier beschikbare stukken heeft de rechtbank de conclusie getrokken dat eiseres inmiddels in [land] woont. De rechtbank heeft eiseres vervolgens per gewone brief op haar [adres] uitgenodigd om op de zitting te verschijnen.
De rechtbank heeft het beroep op 3 februari 2026 op zitting behandeld. Eiseres is zonder bericht niet verschenen. Namens het Uwv heeft aan de zitting deelgenomen de gemachtigde. Voor de ex-werkgeefster heeft niemand aan de zitting deelgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
1. De rechtbank zal het beroep niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
2. Eiseres heeft geen bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit van 10 augustus 2023. In artikel 6:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat dat geen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen bezwaar heeft gemaakt. Met andere woorden: als eiseres een goede reden heeft waarom ze geen bezwaar heeft gemaakt, dan kan haar beroepszaak inhoudelijk door de rechtbank worden behandeld.
3. De rechtbank vindt dat er geen goede reden voor eiseres was om geen bezwaar te maken tegen het besluit van 10 augustus 2023. Het Uwv heeft haar namelijk het besluit van 10 augustus 2023 per post toegezonden op haar toenmalige adres in Nederland. Verder heeft het Uwv met een brief van 27 september 2023 eiseres op de hoogte gesteld van het door de ex-werkgeefster gemaakte bezwaar. Eiseres heeft niet gesteld dat zij deze stukken niet heeft ontvangen. In haar beroepschrift heeft eiseres niets geschreven over de reden waarom zij geen bezwaar heeft gemaakt. Eiseres is ook niet op de zitting verschenen.
4. De rechtbank stelt vast dat het bezwaar van de ex-werkgeefster tegen het primaire besluit ongegrond is verklaard. Dit betekent dat voor eiseres met het bestreden besluit niets is veranderd ten opzichte van het eerdere primaire besluit.
5. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het aan eiseres redelijkerwijs kan worden verweten dat zij niet eerst zelf bezwaar heeft gemaakt tegen het primaire besluit. Dat het Uwv eiseres heeft betrokken bij de bezwaarprocedure van de ex-werkgeefster maakt dit niet anders.
6. Uit het voorgaande volgt dat eiseres geen beroep kan instellen tegen het bestreden besluit. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.R. van der Meer, rechter, in aanwezigheid van E.T. Rietbroek, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.