Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[verweerder] te [woonplaats 2] ,
BOVEMIJ N.V. SCHADEVERZEKERINGMAATSCHAPPIJte Nijmegen,
1.De procedure
- het verzoekschrift betreffende beslissing deelgeschil ex artikel 1019w Rv e.v. van 10 september 2025, met producties 1 tot en met 9;
- het bericht van [verzoeker] van 29 oktober 2025, met een vertaling van productie 9;
- het bericht van [verzoeker] van 18 november 2025, met nogmaals productie 2 (volledig);
- het verweerschrift in deelgeschil, met één productie.
2.De feiten
ineens volledig tot stilstand kwam door een onduidelijke oorzaak of een niet-logische oorzaak namelijk een konijn. Na een 1e kort remmoment van [ [verzoeker] ] volgde een volledige stop”.
3.Het verzoek in deelgeschil en het verweer
4.De beoordeling
bis-Verordening) van toepassing is. Op grond van artikel 4 lid 1 van Pro deze Verordening is de Nederlandse rechter bevoegd kennis te nemen van het geschil. [verweerder] heeft woonplaats in [woonplaats 2] en Bovemij heeft haar statutaire zetel in Nijmegen en houdt daar kantoor. Het gaat om een verbintenis uit onrechtmatige daad en het schadetoebrengende feit heeft zich voorgedaan in [plaats] . Deze rechtbank is op grond van artikel 1019x Rv zowel relatief als absoluut bevoegd om van het verzoek kennis te nemen. Deze bevoegdheid van de Nederlandse rechter is in overeenstemming met artikel 7 van Pro de WAM. Op grond van artikel 4 van Pro de Verordening betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II) is het recht dat van toepassing is op een onrechtmatige daad, het recht van het land waar de schade zich voordoet. Dat is Nederland en dus is Nederlands recht van toepassing op deze zaak. Dat partijen een andere rechtskeuze hebben gemaakt is niet gesteld of gebleken.
[ [verzoeker] ] was breaking because of the rabbit” en;
[ [verzoeker] ] was standing still after breaking for the crossing rabbit“.
[verzoeker] was standing still after breaking for the crossing rabbit”. In het licht van dit een en ander zijn er meer aanknopingspunten voor het volgen van de uitleg van [verzoeker] dan de uitleg van [verweerder] .
er werd geremd, ik rem mee, vervolgens werd de rem losgelaten, dus ik denk we rijden verder (…)” houdt de rechtbank het ervoor dat [verweerder] er (ten onrechte) van is uitgegaan dat er niet meer zou worden geremd, zijn rem heeft losgelaten (en mogelijk gas bij heeft gegeven) en niet meer goed genoeg heeft opgelet. Het eerste remmoment van [verzoeker] , waarover [verzoeker] heeft verklaard dat hij wellicht meer heeft afgeremd dan nodig en [verweerder] heeft verklaard dat dit “
stevig” was, en de daaropvolgende veel lagere snelheid van beide auto’s dan ter plekke is toegestaan, hadden voor [verweerder] aanleiding moeten zijn tot meer oplettendheid van de kant van [verweerder] en een afwachtende houding, waarbij hij voldoende afstand tot [verzoeker] in acht nam (door zijn snelheid verder te verlagen), zodat hij beter had kunnen anticiperen op de situatie.
5.De beslissing
.