ECLI:NL:RBDHA:2026:2077
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing tenuitvoerlegging beschikking verdeling woning na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd geweest van juli 2023 tot september 2025. De rechtbank heeft bij beschikking van december 2025 de verdeling van de ontbonden beperkte gemeenschap van goederen vastgesteld, waarbij de woning in beginsel aan de vrouw werd toegedeeld onder voorwaarden. De vrouw vordert in kort geding dat de man wordt veroordeeld tot medewerking aan de uitvoering van deze beschikking, waaronder het voorstellen van makelaar-taxateurs en medewerking aan de overdracht.
De man verzoekt schorsing van de tenuitvoerlegging van de beschikking in afwachting van hoger beroep, stellende dat de beschikking berust op een juridische en feitelijke misslag en dat hij belang heeft bij het behoud van de woning. De rechtbank overweegt dat de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard en dat schorsing slechts kan worden toegewezen indien het belang van de vrouw bij onmiddellijke tenuitvoerlegging niet in redelijke verhouding staat tot het belang van de man om de bestaande toestand te handhaven.
De rechtbank oordeelt dat de belangenafweging in de beschikking zorgvuldig is gemaakt en dat geen kennelijke misslag is gebleken. Het belang van de vrouw bij onmiddellijke tenuitvoerlegging weegt zwaarder dan het belang van de man bij schorsing. De man wordt veroordeeld tot medewerking aan de uitvoering van de beschikking, met oplegging van dwangsommen bij niet-nakoming. De vorderingen van de vrouw worden toegewezen, die van de man afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de vrouw toe en veroordeelt de man tot medewerking aan de tenuitvoerlegging van de beschikking, terwijl de vorderingen van de man tot schorsing worden afgewezen.