ECLI:NL:RBDHA:2026:20741
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Koerdische Turk wegens onvoldoende aannemelijkheid negatieve belangstelling Turkse autoriteiten
Eiser, een Koerdische Turk en lid van de HDP (nu DEM), verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vermeende discriminatie, vervolging en dreiging met militaire dienstplicht in Turkije. Hij stelde dat hij vanwege zijn politieke activiteiten en familiebanden met een terroristische groepering in de negatieve belangstelling van de Turkse autoriteiten staat.
De minister wees de aanvraag af omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat eiser persoonlijk risico loopt op vervolging of negatieve aandacht van de autoriteiten. De rechtbank toetste het besluit volledig in lijn met het arrest van het Hof van Justitie van de EU en concludeerde dat de minister terecht oordeelde dat eiser onvoldoende concreet en samenhangend heeft verklaard en dat zijn politieke overtuiging niet zodanig is dat hij die bij terugkeer zal uiten.
Ook de vrees voor militaire dienstplicht werd niet als relevant asielmotief erkend, mede omdat eiser dit pas laat aanvoerde en er geen aanwijzingen zijn voor disproportionele behandeling van Koerdische dienstplichtigen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de asielaanvraag af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van negatieve belangstelling en vervolgingsrisico.