ECLI:NL:RBDHA:2026:20736
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na uitspraak in hoofdzaak asielprocedure
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 4 februari 2026 in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening samen met de behandeling van het beroep op 12 mei 2026 behandeld. Inmiddels heeft de rechtbank bij uitspraak in zaaknummer NL26.7590 op 21 juli 2026 uitspraak gedaan in de hoofdzaak.
Omdat de hoofdzaak is afgerond, is een voorlopige voorziening niet meer nodig. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat in de hoofdzaak reeds uitspraak is gedaan.