ECLI:NL:RBDHA:2026:20712
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling grensdetentie en risico op onderduiken in asielprocedure
Eiser is in de grensprocedure geplaatst en onderworpen aan een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De minister heeft dit besluit gemotiveerd met het bestaan van aanknopingspunten voor toepassing van de Asiel- en Migratiebeheerverordening en een risico op onderduiken.
Eiser betoogt dat er onvoldoende individuele belangenafweging is gemaakt en wijst op zijn bereidheid tot medewerking, eerdere detentie in Koeweit en familie in Engeland. De minister stelt dat er een relevante individuele motivering is gegeven, namelijk het risico op onderduiken, dat in deze zaak anders is dan in eerdere vergelijkbare uitspraken.
De rechtbank oordeelt dat het risico op onderduiken een weerlegbaar rechtsvermoeden is dat eiser niet heeft weerlegd. De omstandigheden aangevoerd door eiser zijn onvoldoende om een lichter middel te rechtvaardigen. De detentie wordt als zwaar ervaren, maar is niet onrechtmatig of disproportioneel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de grensdetentie wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.