ECLI:NL:RBDHA:2026:2065
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Vernietiging asielbesluit wegens onvoldoende motivering en actuele situatie Iran
De rechtbank Den Haag heeft op 5 februari 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een asielaanvraag van een Iraanse eiser. In een eerdere tussenuitspraak waren gebreken in het bestreden besluit vastgesteld en was verweerder in de gelegenheid gesteld deze te herstellen. Het aanvullend besluit van verweerder voldeed echter niet aan deze vereisten, met name omdat het onterecht aannam dat eiser zijn afvalligheid niet openlijk hoeft te uiten in Iran en dat de Iraanse autoriteiten daarom niet op de hoogte zouden raken.
Daarnaast heeft verweerder nagelaten onderzoek te verrichten naar de actuele situatie in Iran, waarin terugkeerders na een langer verblijf in het Westen door de autoriteiten verdacht worden en risico lopen op vervolging of ernstige schade. Dit onderzoek is noodzakelijk om de risico's voor eiser adequaat te kunnen inschatten. Verweerder heeft ook geen verzoek tot aanhouding van de procedure gedaan om dit onderzoek uit te voeren.
De rechtbank oordeelt dat de gebreken in het besluit niet zijn hersteld en dat het beroep gegrond is. De besluiten worden vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen, waarin een actuele en deugdelijke beoordeling van de geloofwaardigheid van de bekering en afvalligheid van eiser wordt gemaakt, evenals een risico-inschatting van terugkeer naar Iran. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het asielbesluit wordt vernietigd met opdracht tot een nieuw besluit binnen 12 weken.