ECLI:NL:RBDHA:2026:20610
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie beoordeeld waarin de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling werd genomen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, waarbij Oostenrijk als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen.
Eiser voerde aan dat hij medische en psychische klachten heeft die overdracht aan Oostenrijk tot onevenredige hardheid zouden maken, en dat de minister daarom artikel 17 van Pro de Dublinverordening had moeten toepassen. De rechtbank oordeelde echter dat eiser deze klachten onvoldoende had onderbouwd en dat de minister op basis van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mocht aannemen dat eiser in Oostenrijk adequate zorg kan ontvangen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep kennelijk ongegrond is en dat het besluit van de minister om de aanvraag niet in behandeling te nemen terecht is. Eiser mag worden overgedragen aan Oostenrijk en krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 23 juli 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Oostenrijk blijft in stand.