ECLI:NL:RBDHA:2026:20547

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
C/09/706912 / KG ZA 26-635
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot afgifte auto aan vrouw in kort geding wegens gemeenschappelijk eigendom

De vrouw heeft een kort geding aangespannen tegen de man om afgifte van een Nissan Qashqai +2, die gemeenschappelijk eigendom is, te verkrijgen. De man is niet verschenen op de zitting, waardoor verstek is verleend. De vrouw vordert de auto uiterlijk 6 juli 2026 te ontvangen, zodat zij met de kinderen op vakantie kan gaan en de auto vooraf kan laten nakijken.

De man had kort voor de zitting een conclusie van antwoord ingediend waarin hij stelde dat hij de auto aan een derde had verkocht en de dag ervoor op naam van die derde had laten overschrijven. De vrouw betwist dit en stelt dat de auto niet verkocht is en dat de overschrijving slechts bedoeld is om haar tegen te werken.

De voorzieningenrechter acht de stellingen van de vrouw voldoende aannemelijk en oordeelt dat de man de auto weer op zijn naam moet laten overschrijven en aan de vrouw moet afgeven. Tevens wordt de man veroordeeld medewerking te verlenen aan een machtiging zodat de vrouw met de auto in Marokko kan verblijven. Er wordt een dwangsom opgelegd voor niet-nakoming en iedere partij draagt eigen proceskosten.

Uitkomst: De man wordt veroordeeld de auto uiterlijk 6 juli 2026 aan de vrouw af te geven en medewerking te verlenen aan de machtiging voor verblijf in Marokko.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/706912 / KG ZA 26-635
Vonnis in kort geding van 26 juni 2026
in de zaak van
[de vrouw]te [woonplaats],
eiseres,
advocaat mr. N. Bagci-Çiçek te Den Haag,
tegen:
[de man]te [woonplaats],
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen worden hierna respectievelijk de vrouw en de man genoemd.

1.De procedure

1.1.
De vrouw heeft de dagvaarding doen uitbrengen op 17 juni 2026 en heeft ter zitting van 25 juni 2026 bij de daarin opgenomen eis volhard.
1.2.
De advocaat van de man, mr. A. El Aqde heeft op 25 juni 2026, enkele uren voor de zitting, een conclusie van antwoord ingediend. Een partij kan in kort geding echter alleen verschijnen door in persoon of vertegenwoordigd door een advocaat ter zitting aanwezig te zijn. Omdat de man en zijn advocaat allebei niet op de zitting zijn verschenen, wordt tegen de man – die wel behoorlijk voor de zitting is opgeroepen – verstek verleend. Op de door de man ingediende conclusie van antwoord kan bij die stand van zaken geen acht worden geslagen.

2.De beoordeling van het geschil

2.1.
De vrouw heeft vorderingen ingesteld zoals opgenomen in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. Er is geen verweer gevoerd. Indien geen verweer wordt gevoerd, zijn de ingestelde vorderingen toewijsbaar, tenzij deze de voorzieningenrechter ongegrond of onrechtmatig voorkomen. Daarbij zal de voorzieningenrechter zijn beslissing baseren op de bij dagvaarding gestelde feiten, omdat deze niet zijn weersproken. Gelet hierop oordeelt de voorzieningenrechter als volgt.
2.2.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter op grond van de stellingen in de dagvaarding niet onrechtmatig of ongegrond voor. Daarom kan het gevorderde worden toegewezen zoals uitgewerkt in de beslissing. De voorzieningenrechter zal daarbij bepalen dat de man de auto uiterlijk op 6 juli 2026 aan de vrouw moet afgeven. De vrouw wil op 18 juli 2026 met de kinderen vertrekken, maar wil daaraan voorafgaand de gelegenheid hebben de auto te laten nakijken en indien nodig onderhouds- of herstelwerkzaamheden uit te laten voeren, zodat de reis veilig kan verlopen.
2.3.
Volledigheidshalve overweegt de voorzieningenrechter nog als volgt.
2.4.
De vrouw is ter zitting ingegaan op de door de man ingediende conclusie van antwoord. Zij heeft toegelicht dat daaruit blijkt dat de man de auto waarvan de vrouw afgifte vordert de dag voor de mondelinge behandeling op naam van een derde heeft laten overschrijven en dat de man stelt dat hij de auto verkocht heeft. De vrouw heeft hierover gemotiveerd gesteld dat de man wist dat zij de auto – die gemeenschappelijk eigendom is – wilde gebruiken om met de kinderen van partijen op vakantie te gaan. De advocaat van de vrouw heeft daarover e-mails gestuurd naar de advocaat van de man. Een reactie is achterwege gebleven. Volgens de vrouw wil de man de vrouw zijn wil opleggen en is de overschrijving van de auto op naam van een ander alleen bedoeld om de vrouw tegen te werken. De vrouw betwist dat de auto verkocht is en stelt dat enig bewijs daarvan ontbreekt.
2.5.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de gemotiveerde stellingen van de vrouw voldoende aannemelijk zijn. Onder deze omstandigheden moet het voor de man mogelijk zijn de auto weer op zijn naam te laten overschrijven en de auto vervolgens, zoals door de vrouw is gevorderd, ter beschikking te stellen aan de vrouw. De stellingen van de man in de conclusie van antwoord staan dan ook niet aan toewijzing van het gevorderde in de weg.
2.6.
Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen.
2.7.
In de omstandigheid dat partijen thans nog met elkaar gehuwd zijn, wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter:
3.1.
verleent verstek tegen gedaagde;
3.2.
veroordeelt de man om uiterlijk op 6 juli 2026 de auto, een Nissan Qashqai +2 met kenteken [kenteken] aan de vrouw af te geven, met alle werkende sleutels en papieren, op straffe van een dwangsom van € 250,-- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat hij niet aan deze veroordeling voldoet tot een maximum van € 25.000,--;
3.3.
veroordeelt de man onmiddellijk zijn medewerking te verlenen aan het verstrekken van een machtiging aan de vrouw zodat zij met de auto, een Nissan Qashqai +2 met kenteken [kenteken], Marokko kan inreizen en aldaar kan verblijven met de auto in de periode van 6 juli 2026 tot en met 30 augustus 2026;
3.4.
bepaalt dat indien de man niet binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis voldoet aan de veroordeling onder 3.3 dit vonnis in de plaats treedt van de door de man te verstrekken machtiging aan de vrouw zoals onder 3.3 omschreven;
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026.
idt