ECLI:NL:RBDHA:2026:20405
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorzieningen in asielprocedure na niet-ontvankelijkverklaring
Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 2 oktober 2025 niet-ontvankelijk zijn verklaard. Tegen deze besluiten is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorzieningen ingediend bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorzieningen beoordeeld zonder zitting, op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. In de hoofdzaak met gerelateerde zaaknummers is inmiddels een uitspraak gedaan, waardoor de voorlopige voorzieningen niet langer noodzakelijk zijn.
Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorzieningen als kennelijk ongegrond afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 17 juli 2026 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorzieningen wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.