ECLI:NL:RBDHA:2026:20405

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
NL25.49148, NL25.49152 en NL25.49150
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorzieningen in asielprocedure na niet-ontvankelijkverklaring

Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 2 oktober 2025 niet-ontvankelijk zijn verklaard. Tegen deze besluiten is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorzieningen ingediend bij de voorzieningenrechter.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorzieningen beoordeeld zonder zitting, op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. In de hoofdzaak met gerelateerde zaaknummers is inmiddels een uitspraak gedaan, waardoor de voorlopige voorzieningen niet langer noodzakelijk zijn.

Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorzieningen als kennelijk ongegrond afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 17 juli 2026 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorzieningen wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.49148, NL25.49152 en NL25.49150

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser 1] , eiser, V-nummer: [V-nummer 1] ,

[eiseres], eiseres, V-nummer: [V-nummer 2] ,
[eiser 2], eiser, V-nummer: [V-nummer 3] ,
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. M.J.A. Bakker),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluiten van 2 oktober 2025 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. In de uitspraak van vandaag met zaaknummers: NL25.49147, NL25.49149 en NL25.49151 heeft de rechtbank beslist op het beroep waarop het verzoek om voorlopige voorzieningen betrekking heeft. De voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af als kennelijk ongegrond.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorzieningen af.
Deze uitspraak is gedaan op 17 juli 2026 door mr. A.J. de Danschutter, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Gasi, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.