Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
2.De feiten
5.6 de echtelijke woning aan de [adres] tegen de getaxeerde waarde van € 575.000 en de beleggingsrekening bij Evi van Lanschot worden toebedeeld aan de vrouw onder de ontbindende voorwaarde dat zij binnen drie maanden na de dagtekening van dit vonnis de man schriftelijk en met bewijsstukken onderbouwd bericht of zij in staat is de (financiering ten behoeve van de) volledige eigendom van deze woning en de beleggingsrekening bij Evi van Lanschot te verkrijgen en de man te doen ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening bij Florius;
Zoals overwogen in 4.38. en 4.42. beslist de rechtbank in dit vonnis over de vorderingen van de vennootschap op de huwelijksgemeenschap. De rechten die de vrouw ten aanzien van het in de vennootschap opgebouwde pensioen heeft, zijn nog niet vastgesteld en partijen hebben op dit punt ook geen vorderingen ingediend. De man heeft alleen gesteld dat een deskundige deze rechten moet bepalen. Partijen hebben ten aanzien van de wijze van waardering van de aandelen ook geen vorderingen ingediend. Op basis van de stukken kan de rechtbank deze waarde ook niet vaststellen. Zo ontbreken de jaarstukken vanaf 2022, terwijl de aandelen in principe moeten worden gewaardeerd tegen de datum van de verdeling ervan. Uit dit een en ander volgt dat, voor zover een van partijen een vordering heeft ingediend inzake de verdeling van de aandelen in de vennootschap, de rechtbank deze vordering als onvoldoende toegelicht, zal afwijzen. Zonder nadere stellingen van partijen ontbreekt het de rechtbank aan voldoende informatie om over de waardering en de toedeling van de aandelen in de vennootschap te kunnen oordelen.”