ECLI:NL:RBDHA:2026:20362
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- V.A.G. Dijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om zijn uitzetting te voorkomen nadat zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning was afgewezen. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en concludeerde dat er geen spoedeisend belang aanwezig was.
Verzoeker stelde dat hij geconfronteerd werd met een onmiddellijk terugkeerbesluit en dat het bezwaar tegen het besluit geen schorsende werking had. Hij benadrukte zijn zorgplicht voor zijn minderjarige kind en de kwetsbare situatie van zijn partner. De minister stelde daartegenover dat er geen concrete plannen voor uitzetting bestonden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de enkele uitvoerbaarheid van het besluit niet voldoende is voor een spoedeisend belang. Zonder concrete aanwijzingen voor een onmiddellijke uitzetting is het verzoek niet ontvankelijk. De voorzieningenrechter wees het verzoek af en gaf aan dat verzoeker bij dreigende uitzetting opnieuw een verzoek kan indienen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbesluit is afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.