ECLI:NL:RBDHA:2026:20360
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsaanvraag op grond van familieleven artikel 8 EVRM
Eiseres, geboren in 1947 en Indonesische staatsburger, verzocht om verblijf bij haar dochter in Nederland. De minister wees dit verzoek af, stellende dat er geen sprake was van bijkomende elementen van afhankelijkheid die het familieleven volgens artikel 8 EVRM Pro rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom er geen sprake zou zijn van dergelijke afhankelijkheid. Eiseres heeft medische beperkingen en is afhankelijk van zorg en ondersteuning van haar dochter, vooral sinds het overlijden van haar vaste vertrouwenspersoon in Indonesië. De minister heeft onvoldoende rekening gehouden met deze omstandigheden en de feitelijke situatie van eiseres.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt de minister binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de minister de belangenafweging tussen het familieleven en het Nederlandse staatsbelang zorgvuldig moet maken. De rechtbank wijst de proceskosten af, maar veroordeelt de minister tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, met opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.