ECLI:NL:RBDHA:2026:20202
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- L.J. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak met toewijzing beroep en proceskostenvergoeding
Verzoeker, een asielzoeker van Nigeriaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie weigerde deze aanvraag in behandeling te nemen, omdat Spanje volgens de minister verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van het verzoek.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 16 juli 2026 in Groningen, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening niet langer nodig was omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed over het bodemberoep. Dit beroep werd gegrond verklaard, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Wel werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 934,-.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter L.J. van der Veen en griffier K.E. Mulder en is openbaar gemaakt op 20 juli 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bodemberoep gegrond is verklaard, met toekenning van proceskostenvergoeding aan verzoeker.