ECLI:NL:RBDHA:2026:20163

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
09/287314-25
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen oplichting, diefstal met valse sleutels en bezit cocaïne

De rechtbank Den Haag heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van meerdere oplichtingen via bankhelpdeskfraude, diefstal in vereniging met gebruik van valse sleutels en het opzettelijk bezit van circa 100 gram cocaïne. De feiten vonden plaats in juli en oktober 2025 in diverse plaatsen in Nederland.

De rechtbank achtte de bewezenverklaring wettig en overtuigend, mede op basis van verklaringen en bewijsstukken. Verdachte vervulde een aansturende rol bij de oplichtingen, waarbij slachtoffers onder druk werden gezet en financieel benadeeld. Daarnaast werd cocaïne aangetroffen bij verdachte.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 365 dagen op, waarvan 195 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en bijzondere voorwaarden zoals meldplicht, contactverbod met medeverdachten en verplichting tot dagbesteding. Tevens werd een inbeslaggenomen Apple iPhone verbeurdverklaard. De voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht op de onvoorwaardelijke straf.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 365 dagen gevangenisstraf, waarvan 195 dagen voorwaardelijk, en verbeurdverklaring van een mobiele telefoon.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/287314-25
Datum uitspraak: 20 juli 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 2002 te [geboorteplaats] ,
BRP-adres: [adres] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 23 januari 2026, 15 april 2026 (beide pro forma) en 6 juli 2026 (inhoudelijke behandeling).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. P.T. Verweijen en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. F.N. Dijkers naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1
in of omstreeks de periode van 24 juli 2025 tot en met 25 juli 2025 te Heeswijk-Dinther en/of Den Dungen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- [aangever] ,
- [aangeefster] , en/of
heeft/hebben bewogen tot
- de afgifte van enig goed, te weten (een) bankpas(sen), creditkaart(en), een randomreader en/of sieraden (met een waarde van ongeveer €40.000,-), en/of
- het ter beschikking stellen van gegevens, te weten pincodes en/of inlogcodes, door
- bovengenoemde perso(o)n(en) te bellen en zich voor te doen als medewerker van een bank, en/of
- bovengenoemde perso(o)n(en) te bellen en zich voor te doen als politieagent, en/of
- hen mede te delen dat er fraude en/of verdachte en/of opvallende transacties hebben plaatsgevonden op hun bankrekening(en), en/of
- hen te vragen naar de in huis aanwezige sieraden, en/of
- hen te vragen naar de pincodes en/of inlogcodes van de bankpassen en/of creditkaarten, en/of
- langs de woning van bovengenoemde perso(o)n(en) te komen, en/of
- de bankpas(sen) en creditkaart(en) en/of sieraden mee te nemen;
2
hij, in of omstreeks de periode van 24 juli 2025 tot en met 25 juli 2025 te Berlicum, Den Dungen, Bussum en/of 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een geldbedrag van €3.402,90,- dat geheel of ten dele aan [aangever] toebehoorde , en/of
- een geldbedrag van €6.600,-, dat geheel of ten dele aan [aangeefster] ,
in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) die weg te nemen goederen onder hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door met de bankpassen en/of credit card van bovengenoemde personen contant geld op te nemen en/of de beveiligingscodes van deze kaarten (onbevoegd) te gebruiken;
3
hij op of omstreeks 29 oktober 2025 te Amsterdam al dan niet opzettelijk een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, te weten 99,8 gram (netto) cocaine, zijnde cocaïne, aanwezig/voorhanden heeft gehad.

3.De bewijsbeslissing

3.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen verweren gevoerd met betrekking tot het bewijs.
3.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht feiten 1, 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank heeft in
bijlage Iopgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
3.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
1
hijin de periode van 24 juli 2025 tot en met 25 juli 2025 te Heeswijk-Dinther en Den Dungen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
- [aangever]
en- [aangeefster]
hebben bewogen tot
- de afgifte van enig goed, te weten bankpassen,
een creditcard, randomreader
sen sieraden met een waarde van ongeveer € 40.000,- en
- het ter beschikking stellen van gegevens, te weten inlogcodes door
- bovengenoemde personen te bellen en zich voor te doen als medewerker van een bank en
- bovengenoemde persoon
(die [aangeefster] )te bellen en zich voor te doen als politieagent en
- hen mede te delen dat er verdachte transacties hebben plaatsgevonden op hun bankrekeningen en
- hen te vragen naar de in huis aanwezige sieraden en
- hen te vragen naar de inlogcodes van de bankpassen en/of
een creditcarden
- langs de woning van bovengenoemde personen te komen en
- de bankpassen en
een creditcarden sieraden mee te nemen;
2
hij in de periode van 24 juli 2025 tot en met 25 juli 2025 te Berlicum
enDen Dungen, tezamen en in vereniging met anderen,
- een geldbedrag van € 3.402,90, dat aan [aangever] toebehoorde, en
- een geldbedrag van € 6.600,-, dat aan [aangeefster]
toebehoorde,
heeft weggenomen met het oogmerk om
diezich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door met de bankpassen en/of
creditcardvan bovengenoemde personen contant geld op te nemen;
3
hij omstreeks 29 oktober 2025 te Amsterdam opzettelijk
99,8 gram (netto) cocaïne, zijnde cocaïneeen middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, aanwezig heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6. De strafoplegging
6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 196 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, waarbij het contactverbod ook betrekking dient te hebben op de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om, in het geval van strafoplegging, rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en aan hem een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die maximaal gelijk is aan de duur van de voorlopige hechtenis, al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van twee oplichtingen. Door middel van bankhelpdeskfraudes, zogenoemde ‘babbeltrucs’, zijn van de slachtoffers op slinkse wijze geld, bankpassen en sieraden met een grote financiële en emotionele waarde afhandig gemaakt. Daarbij werden de slachtoffers langdurig aan de telefoon gehouden en onder druk gezet. De verdachte vervulde een aansturende rol, hij gaf onder meer instructies aan medeverdachten over welke goederen moesten worden meegenomen en hoeveel geld moest worden gepind met de afhandig gemaakte bankpassen. Dit zijn ernstige feiten die, naast financiële schade, ook gevoelens van onmacht, schaamte en onveiligheid bij de slachtoffers teweeg hebben gebracht.
De verdachte en zijn mededaders hebben zich kennelijk alleen laten leiden door hun eigen financieel gewin en hebben geen oog gehad voor de bovengenoemde gevolgen voor de slachtoffers. De rechtbank acht het bijzonder kwalijk dat vaak doelbewust mensen op leeftijd slachtoffer zijn gemaakt, vanwege hun grotere kwetsbaarheid en afhankelijkheid.
Verder heeft de verdachte een hoeveelheid van ongeveer 100 gram cocaïne bij zich gehad. Cocaïne is voor de gebruikers een zeer schadelijke stof en het gebruik ervan is ook bezwarend voor de samenleving, onder andere vanwege de daarmee gepaard gaande door verslaafden gepleegde criminaliteit.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 28 oktober 2025, waaruit volgt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 9 januari 2026. Omdat de verdachte gebruik heeft gemaakt van zijn zwijgrecht, heeft de reclassering slechts beperkt onderzoek kunnen doen en geen inschatting kunnen maken van het risico op recidive. Positief is dat de verdachte een stabiele thuissituatie en een goede band met zijn familie heeft. Ook heeft de verdachte geen schulden. De reclassering ziet mogelijk risicoverhogende factoren ten aanzien van het sociaal netwerk, de financiën en de dagbesteding van de verdachte, mede omdat de verdachte geen vast inkomen had. De reclassering adviseert om bij een veroordeling van de verdachte aan hem op te leggen een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een contactverbod met de medeverdachten en het hebben van dagbesteding.
De straf
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt.
Naar het oordeel van de rechtbank komen de ernst van het bewezenverklaarde en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte voldoende tot uitdrukking in de eis van de officier van justitie.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 365 dagen, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, passend en geboden. De rechtbank zal een deel van die straf, te weten 195 dagen, voorwaardelijk opleggen, en daaraan de door de reclassering geadviseerde voorwaarden verbinden, om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken en te bewerkstelligen dat een oplossing wordt gevonden voor de problematiek van de verdachte en zo de kans op recidive terug te dringen. De onvoorwaardelijke gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft verbleven, waardoor de rechtbank de voorlopige hechtenis zal opheffen. Anders dan de officier van justitie heeft geëist, zal de rechtbank daarbij een proeftijd van drie jaar opleggen. Gelet op de aard van de feiten en de leidinggevende rol van de verdachte daarin acht het rechtbank het van belang dat de verdachte voor de duur van drie jaar aan de algemene en bijzondere voorwaarden gebonden is.

7.De inbeslaggenomen voorwerpen

7.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als
bijlage IIaan dit vonnis is gehecht) onder 1 genoemde voorwerp, te weten een Apple iPhone Zwart, zal worden teruggegeven aan de verdachte.
Nu de verdachte ter terechtzitting afstand heeft gedaan van het op de beslaglijst onder 2 genoemde voorwerp, te weten een Google telefoon, heeft de officier van justitie daarover geen standpunt ingenomen.
7.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht tot teruggave van de inbeslaggenomen Apple iPhone Zwart, omdat de betreffende telefoon is aangeschaft nadat de bewezenverklaarde misdrijven zijn gepleegd. Gelet daarop is de telefoon niet gebruikt bij het plegen van de bewezenverklaarde misdrijven.
7.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal het op de beslaglijst onder 1 genoemde Apple telefoon verbeurdverklaren. Dit voorwerp is voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien dit voorwerp aan de verdachte toebehoort en met betrekking tot dit voorwerp de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten zijn begaan. De rechtbank overweegt daartoe dat de verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft begaan door middel van het Snapchat-account ‘billiongates1’. De verdachte was ingelogd op het voornoemde Snapchat-account op de inbeslaggenomen telefoon. Het voorgaande maakt dat de rechtbank van oordeel is dat de inbeslaggenomen telefoon dient te worden verbeurdverklaard.
Bij de vaststelling van deze bijkomende straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte ter terechtzitting afstand heeft gedaan van de op de beslaglijst onder 2 genoemde Google telefoon. De rechtbank zal daarom geen beslissing nemen over dit voorwerp.

8.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op artikelen:
- 14 a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2 en 10 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9.De beslissing

De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.4 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
ten aanzien van feit 1:
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 2:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 3:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een
gevangenisstrafvoor de duur van
365 (DRIEHONDERDVIJFENZESTIG) DAGEN;
bepaalt dat de tijd door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot
195 (HONDERDVIJFENNEGENTIG) DAGEN,
niet zal worden tenuitvoergelegdonder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de hierbij op
drie jarenvastgestelde
proeftijdniet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
en onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
meldplicht
- zich gedurende de proeftijd meldt bij de Reclassering Nederland op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht.
contactverbod
- gedurende de proeftijd geen contact legt of laat leggen – direct of indirect – met een of meer van zijn medeverdachten:
[medeverdachte 3](geboren op [geboortedatum 2] 1998),
[medeverdachte 1](geboren op [geboortedatum 3] 2006) en
[medeverdachte 2](geboren op [geboortedatum 4] 2004);
dagbesteding
- zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur.
geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
voorwaarden daarbij zijn dat de verdachte gedurende de proeftijd:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen.
voorlopige hechtenis
heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte;
de inbeslaggenomen goederen
verklaart verbeurd het op de beslaglijst onder 1 genoemde voorwerp, te weten 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1500-2025348133-G3408450, Zwart, merk: Apple).
Dit vonnis is gewezen door
mr. A. Tsjapanova, voorzitter,
mr. S.M. Krans, rechter,
mr. R.P. van der Weide, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. R. Claessens, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 juli 2026.