Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Parketnummer: 09/059807-26
1.Het verzoek tot uitlevering en de overgelegde stukken
- een authentiek afschrift van een door de daartoe bevoegde autoriteiten van de verzoekende staat gegeven bevel tot aanhouding van de opgeëiste persoon, te weten een
- een uiteenzetting van de feiten waarvoor de uitlevering wordt gevraagd;
- de tekst van de toepasselijke rechtsvoorschriften, met dien verstande dat de tekst van Part II of Schedule 2 van de Criminal Law Amendment Act, Act. No. 105 van 1997 niet als zodanig aan het uitleveringsverzoek is toegevoegd;
- stukken met betrekking tot de identiteit van de opgeëiste persoon en haar nationaliteit;
- een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 22 mei 2026, betreffende de opgeëiste persoon;
- stukken met betrekking tot de voorlopige aanhouding van de opgeëiste persoon;
- de schriftelijke vordering van de officier van justitie te Den Haag van 12 maart 2026, strekkende tot het in behandeling nemen van genoemd uitleveringsverzoek;
- de schriftelijke samenvatting van de officier van justitie te Den Haag, overgelegd ter zitting op 6 juli 2026, houdende diens opvatting omtrent de toelaatbaarheid van het uitleveringsverzoek;
- de pleitnotities van de raadsman van de opgeëiste persoon, overgelegd ter zitting op 6 juli 2026.
2.Het onderzoek ter zitting
3.Beoordeling van de toelaatbaarheid van de gevraagde uitlevering
- 19 januari 2016 tot en met 30 oktober 2019 ten aanzien van [organisatie 1]; en
- 27 februari 2013 tot en met 19 december 2016 ten aanzien van [organisatie 2].