3.3.Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal in het [onderzoek] met het nummer PL1500-2024206983, van de politie eenheid Den Haag, districtsrecherche Westland-Delft, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 467).
1. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 28 juli 2024, met bijlage, voor zover inhoudende (p. 159 - 162):
Op zaterdag 29 juni 2024 te 23:05 heeft slachtoffer [slachtoffer] gebeld naar de meldkamer van politie, om melding te doen van een schietpartij. Hierbij is [slachtoffer] door zijn hoofd geschoten. In het gesprek zegt [slachtoffer] onder andere het volgende:
Ik heb een kogel in mijn hoofd.
Dat is, ah, hoe heet die?
[bijnaam verdachte 1].
Met de fiets.
Hij is donker.
Hij had een jas.
Zo'n groene jas of zo.
Een elektrische fiets.
Hij heeft drie keer op mij geschoten.
Hij had een klein wapen.
2. Het proces-verbaal van verhoor van het slachtoffer [slachtoffer], opgemaakt op 30 juni 2024, voor zover inhoudende (p. 77 - 83):
A: Ben gisteren naar de shop geweest
V: De Coffeeshop?
A: Ja.
V: In?
A: Delft.
V: En welke shop?
A: [bedrijfsnaam 1], en toen kwam ik terug naar huis fietsen en bij de Aldi heb ik die jongen gezien. Hij heeft me geschoten bij die Aldi. Ik stop gewoon voor die licht en hij schiet gewoon op mij.
V: Voor het verkeerslicht stond je?
A: Ja
V: En jij was op de fiets?
A: Ja.
V: Wanneer had je hem voor het laatst gezien?
A: Ja, gisteren
A: Ik ken hem van [straatnaam 1].
A: hij had gisteren groene jas.
A: Hij had een jas met een capuchon,
A: Ja, hij heet eh, [bijnaam verdachte 1].
A: Hij is donker met een bril. Hij was op een fiets.
A: Eh, hij is van [geboorteplaats].
A: hij heeft 3 keer op mij geschoten
V: Heb je een pistool gezien?
A: Hij had ze in zijn zak
V: Wat deed hij er mee?
A: Gewoon pakken en op mij schieten.
V: Ja, en van welke afstand?
A: Twee meter.
3. Het proces-verbaal van verhoor aangever, opgemaakt op 1 juli 2024, voor zover inhoudende (p. 84 - 86):
V: Heb je nog bekende in of rondom de Coffeeshop gezien?
A: Ja
A: [bijnaam verdachte 1]. Toen ik naar binnen ging, was hij buiten.
A: Hij was net klaar in die shop. Toen ik naar binnen ging, toen ging hij naar buiten.
4. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], opgemaakt op 30 juni 2024, voor zover inhoudende (p. 88 - 90):
We werden ingehaald door een man op een Fatbike. Ik kan de man als volgt omschrijven:
- Normaal postuur;
- Huidskleur kon ik niet zien, ik zag alleen de rug van deze man.
- Lichtgrijze capuchon, volgens mij van een hoodie.
Ik denk dat het een hoodie met lange mouwen was anders was zijn huidskleur mij wel opgevallen. Vervolgens zag ik dat er een fietser stilstond bij het verkeerslicht Papsouwselaan kruising Westlandseweg. Ik zag dat hij stond op het hoekje van de kruising aan de zijde van de Aldi. Hij stond daar op het fietspad en het verkeerslicht stond op rood. Vervolgens zag ik dat de man op de Fatbike stil ging staan naast de fietser die bij het verkeerslicht stond te wachten. Ik zag dat de man op de Fatbike op ongeveer één meter afstand stond naast de fietser. Mede doordat de man op de Fatbike eigenlijk voor de man op de fiets stond, blokkeerde hij het zicht voor mij.
Ik zag dat de man op de Fatbike iets pakte met zijn rechterhand uit de buurt van zijn middel dan wel rechterbroekzak. Ik zag dat hij zijn rechterarm strekte en omhoog bracht richting de persoon op de fiets. Doordat de man op de Fatbike direct voor mij stond kon ik niet goed zien, waar hij precies op mikte. In elk geval weet ik wel dat dit hoog moet zijn. Hoger dan de borst dan wel hoofd. Hij strekte zijn arm op zo een manier dat het niet anders kan dan dat het op borst of hoofd hoogte was. Vervolgens hoorde ik vier harde knallen. Ik dacht direct aan geweerschoten of pistoolschoten. In de bocht zag ik nog dat de persoon op de fiets snel wegfietste. Bij de Hambrug heb ik op mijn telefoon gekeken. Het was toen exact 22:59 uur. Ik heb teruggerekend. Het incident zou dan ongeveer 22:55 uur hebben plaatsgevonden.
5. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], opgemaakt op 30 juni 2024, voor zover inhoudende (p. 92 - 94):
Ik zag dat er een fietser stond te wachten voor het rode verkeerslicht aan de kant
van de Aldi. Ik zag dat we werden ingehaald door een man op een Fatbike toen wij ter hoogte van de hoofdingang van de Aldi fietsten. Ik kan de man op de Fatbike als volgt omschrijven:
- Grijs vest met zijn capuchon op.
Ik zag dat de man op de Fatbike eigenlijk haaks stond met zijn voorwiel richting die
man op de fiets. Ik zag dat de man op de Fatbike plots in zijn rechterhand een zilverkleurig dan wel metaalkleuring handvuurwapen vast had. Ik zag dat het een handvuurwapen was met een korte loop en ik zag dat de achterzijde van het pistool wat dikker was dan de loop. Ik zag dat de man op de Fatbike dit wapen richtte op de man op de fiets. Ik zag dat de man op de Fatbike zijn wapen richtte op de bovenkant van zijn lichaam. Vervolgens hoorde ik harde knallen. Afkomstig van dat pistool. Het kon nergens anders vandaan komen. Ik hoorde vier schoten. Ik hoorde dat er niet veel tijd tussen de schoten zat. Ten tijde van het laatste schot ongeveer, zag ik dat de man op de fiets heel hard wegfietste.
6. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 2 juli 2024, voor zover inhoudende (p. 120 - 127):
Ik, verbalisant, deed onderzoek naar de bewakingscamerabeelden van coffeeshop [bedrijfsnaam 1], gevestigd in de [straatnaam 2] te Delft, opgenomen op zaterdagavond 29 juni 2024. Het slachtoffer, [slachtoffer], verklaarde dat hij, kort voordat hij werd neergeschoten bij coffeeshop [bedrijfsnaam 1] was geweest. Uit zowel de verklaring van het slachtoffer als de verklaring van getuigen had de verdachte onder andere het volgende signalement:
Donkere huidskleur;
Groene jas;
Grijze hoodie met capuchon;
Brildragend;
Fietsend op een fatbike.
Ik zag dat op 29 juni 2024 om 22.41:43 uur een persoon kwam gefietst op een zogenoemde fatbike. Ik zag dat de persoon er als volgt uitzag:
Donker getint;
Brildragend;
Sigaret in zijn mond;
Kort geschoren haar bovenop en aan de zijkant van zijn hoofd. In zijn nek, vanaf de
bovenkant van zijn oren zwart haar tot in zijn jas;
Zwarte sik;
Groene jas;
Grijze capuchon;
Donkere broek;
Fel oranje schoenen van het merk Nike met zwarte en grijze accenten.
Terwijl de verdachte in de coffeeshop was, zag ik op andere camerabeelden, dat een persoon uit de richting van de Koornmarkt kwam gefietst. Ik zag dat deze persoon qua uiterlijke kenmerken volledig overeenkwam met slachtoffer [slachtoffer].
Ik zag dat de verdachte vervolgens de coffeeshop verliet en langs het slachtoffer liep. Ik zag dat het slachtoffer kort in de richting keek van de verdachte. Ik zag de mond van het slachtoffer niet bewegen. Ik zag dat de verdachte om 22:44:03 uur op de fatbike stapte, langs coffeeshop [bedrijfsnaam 1] fietste en vervolgens met lage snelheid over de [straatnaam 2] in de richting van de Oude Delft fietste. Ik zag dat het slachtoffer vervolgens coffeeshop [bedrijfsnaam 1] verliet over de [straatnaam 2] in de richting van de Oude Delft fietste.
7. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 23 juli 2024, voor zover inhoudende (p. 168 - 179):
29 juni 2024 22:46:29:
Ik zag, komende vanuit de richting van de Oude Delft, verdachte [verdachte] over de Peperstraat fietsen in de richting van coffeeshop [bedrijfsnaam 2]. Ik zag dat [verdachte] de fatbike waarop hij reed voor de coffeeshop parkeerde en coffeeshop [bedrijfsnaam 2] inliep. Ik zag dat verdachte [verdachte] vervolgens de coffeeshop om 22:50:32 uur verliet en naar de fatbike liep waarop hij eerder was aangekomen.
29 juni 2024 22:51:15:
Ik zag dat verdachte [verdachte] vervolgens over de Peperstraat fietste in de richting van de Binnenwatersloot.
8. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 15 april 2025, voor zover inhoudende (p. 372 - 375):
WhatsAppgesprek tussen verdachte [verdachte] en telefoonnummer [telefoonnummer 1],in gebruik bij [getuige 3], eerder in dit onderzoek gehoord als getuige. Dit betreffen gesprekken van 30 juni 2024 02:08:16 uur tot en met 2 juli 2024 om 06:24:13 uur. Het schietincident vond een aantal uur hiervoor plaats, op 29 juni 2024 omstreeks 23:00 uur. Eerder bleek uit proces-verbaal van bevindingen DH5R024058-83 dat slachtoffer [slachtoffer] de gebruiker was van Facebookprofiel [profielnaam]. Kennelijk stuurde [verdachte] 20 seconden nadat hij de foto had gestuurd dat hij deze man gisteren ergens mee geslagen had. Tijdens het vertalen door de beëdigde tolk hoorde ik de tolk zeggen dat de hierboven beschreven vertaling de letterlijke vertaling betreft. Wel kon het ook worden vertaald als het volgende: “Deze man hier heb ik gisteren wat ergs aangedaan.”
9. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 15 oktober 2024, voor zover inhoudende (p. 251 - 253):
Op 10 juli 2024 heeft de verdachte vanuit het detentiecentrum telefonisch een gesprek gevoerd met een man. De verdachte belt naar de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 2]. Uit onderzoek blijkt dat de verdachte op 29 juni 2024 te 23:59:02 uur en te 23:59:17 uur telefonisch contact heeft met de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 2]. Dit gesprek vindt plaats een uur na het incident. Uit onderzoek van de camerabeelden blijkt dat de verdachte opvallende sportschoenen droeg. Tijdens de doorzoekingen in de woning van de verdachte ([adres 1] te [plaats 2]) en de doorzoeking bij de (ex)-vriendin ([adres 2] te [plaats 3]) zijn de opvallende sportschoenen NIET aangetroffen. De verdachte belt vanuit de PI de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2].
[verdachte] (Verdachte)
[telefoonnummer 2] (gebelde persoon).
[verdachte]: De sportschoenen gooi weg.
[telefoonnummer 2]: Dat ding is weg. Dat ding is al naar het gat gegaan broer.
[verdachte]: Goed papa, goed papa.
10. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 30 november 2024, voor zover inhoudende, met bijlagen (p. 257 - 261):
Op 16 juli 2024 heeft de verdachte vanuit het detentiecentrum telefonisch een gesprek gevoerd. De verdachte belt naar de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 2]. In dit gesprek wordt onder ander het volgende gezegd door [verdachte]: ik heb een bodywarmer bij je achtergelaten. [verdachte] vraagt: kan je het voor mij wassen?
11. Het geschrift, te weten medische informatie van de afdeling neurochirurgie van Haaglanden MC betreffende [slachtoffer], gedateerd 16-7-2024, voor zover inhoudende (p. 166):
Er was sprake op 30-06-2024 van uitwendig waargenomen letsel: er was een huiddefect links temporaal, met daaronder zwelling. Er was sprake van iets bloedverlies hieruit. Er was sprake van het vermoeden van inwendig (schedelhersen)letsel. Patiënt had een verminderd bewustzijn.
Beeldvormend onderzoek toonde een fractuur van de schedel, bloeding en contusie van de hersenen m.n. van de linker temporaalkwab en een corpus alienum in deze hersenkwab.
Hierop is patiënt met spoed geopereerd, waarbij een kogel verwijderd werd. De botfragmenten niet teruggeplaatst.
Er is op dit moment geen uitspraak te doen over de duur van de genezing of de permanentheid van eventuele klachten.
12. Het proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt op 4 juli 2024, voor zover inhoudende (p. 321 - 329):
V: Dan vervolgens stuur jij op 30 juni 2024 om 12:38:01 uur de volgende foto naar [getuige 3]:
De politie toont de verdachte een screenshot van Facebookprofiel [profielnaam], waar [slachtoffer] de gebruiker van is.
A: Dit is de persoon die mij lastig valt waartegen ik aangifte tegen wilde doen.
13. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 23 januari 2026, voor zover inhoudende:
In de avond van 29 juni 2024 ben ik in Delft bij twee coffeeshops geweest, eerst bij [bedrijfsnaam 1] en daarna bij [bedrijfsnaam 2]. Ik reed die avond op een fatbike. Ik droeg een groen trainingspak met een groene bodywarmer erover. Ik herken mijzelf op de foto op pagina 121 van het dossier, bij coffeeshop [bedrijfsnaam 1]. Ik hoor de voorzitter zeggen dat zij ziet dat ik op die foto een bril op heb, een groene jas draag met lange mouwen en een lichtgrijze capuchon. Die is van het trainingspak. Ik herken mijzelf ook op de vier foto’s op pagina 170 van het dossier, genomen bij [bedrijfsnaam 2]. [bijnaam verdachte 1] is de naam die ik gebruik, mijn bijnaam. Ik ken aangever [slachtoffer] van gezicht.
14. De eigen waarneming van de rechtbank, gedaan op de terechtzitting van 23 januari 2026, van de foto’s op de pagina’s 335 t/m 336 en 170 van het dossier, die zijn getoond ter terechtzitting:
De rechtbank neemt waar:
- op foto 3 (p. 336): bij zijn aanhouding droeg de verdachte rode schoenen;
- op de vier foto’s op p. 170: op 29 juni 2024 droeg de verdachte in coffeeshop [bedrijfsnaam 2] andere schoenen dan bij zijn aanhouding, van een ander model en met een andere kleur, te weten oranje/roze.