Verzoekster had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in het kader van nareis. Nadat de minister van Asiel en Migratie alsnog de aanvraag op 17 december 2025 had ingewilligd, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog het besluit te nemen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank in een dergelijk geval het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten. De rechtbank stelde de proceskosten vast op € 453,50, gebaseerd op een puntensysteem voor beroepskosten en een lichte wegingsfactor.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat de minister verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 194 te vergoeden, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot verweerder moet wenden. De uitspraak werd gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier A.S.J.I. Hendrickx op 5 februari 2026.