ECLI:NL:RBDHA:2026:20084

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
NL25.61676
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 VwArt. 30b VwArt. 31 VwArt. 3 EVRMArt. 3:2 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering taalanalyse

Eiser, een Somalische man, vroeg asiel aan met als motieven zijn herkomst en zijn homoseksuele gerichtheid. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de herkomst, gebaseerd op een taalanalyse van TOELT, en ook de seksuele gerichtheid werd als ongeloofwaardig beoordeeld.

Eiser voerde aan dat de taalanalyse onzorgvuldig was en overhandigde een tegenrapport van Bureau Verified dat concrete twijfels opriep over de methodiek en conclusies van TOELT. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de taalanalyse leidde tot de conclusie dat de herkomst ongeloofwaardig was, mede omdat verweerder niet adequaat op de kritiek was ingegaan.

Ten aanzien van de seksuele gerichtheid vond de rechtbank dat verweerder de verklaringen van eiser terecht als summier en onvoldoende inzichtelijk had beoordeeld. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de taalanalyse en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.61676

uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. G.H.P. Buren),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. N.N. Bontje).

Procesverloop

Bij besluit van 9 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw in samenhang bezien met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw [1] .
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verder heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op 8 juni 2026 heeft eiser aanvullende gronden ingediend.
Verweerder heeft op 11 juni 2026 een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening (NL25.61677), op 18 juni 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Nur. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Inleiding
1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Somalische nationaliteit. Hij stelt te zijn geboren en getogen in [geboorteplaats] in de provincie Hiraan en te behoren tot de Ashraf clan.
2. Eiser legt aan zijn asielaanvraag – kort samengevat – het volgende ten grondslag. Op de middelbare school heeft eiser ontdekt dat hij op jongens valt. Na de middelbare school is hij met een vriend ( [naam 1] ) gaan werken bij een garagebedrijf. Zij hebben toen een relatie gekregen met elkaar. De garagehouder heeft van hen een filmpje gemaakt terwijl zij dansten en kusten en dat filmpje is aan de familie van [naam 1] getoond. [naam 1] is als gevolg hiervan door zijn broers mishandeld. Eiser is gevlucht om aan mishandeling te ontkomen. Diezelfde avond zijn eiser en [naam 1] samen vertrokken naar Mogadishu en later naar Turkije. Bij terugkeer naar Somalië vreest eiser voor de familie van [naam 1] , voor zijn eigen familie die inmiddels ook op de hoogte is geraakt van zijn homoseksuele gerichtheid en voor Al-Shabaab.
Het bestreden besluit
3.1.
Het asielrelaas bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- seksuele gerichtheid als homoseksueel en de daaruit voortvloeiende problemen.
3.2.
Verweerder heeft het eerste asielmotief deels geloofwaardig geacht. Verweerder acht de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig, maar eisers herkomst niet. Eiser heeft namelijk geen originele documenten overgelegd die zijn verklaringen over zijn herkomst onderbouwen, terwijl dit volgens verweerder wel van eiser mag worden verwacht. Eiser heeft geen goede reden gegeven voor het ontbreken van deze documenten (artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, van de Vw). Daarnaast vormen eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel (artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw). In dit kader stelt verweerder zich op het standpunt dat eiser de herkomstvragen weliswaar (grotendeels) goed heeft beantwoord, maar dat zijn verklaringen over zijn (gestelde) herkomst niet overeenkomen met de uitkomst van de taalanalyse door Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT). De taalanalist komt tot de conclusie dat het door eiser gesproken Somalisch in geen enkel opzicht overeenkomt met een Zuid-Somalisch dialect zoals gangbaar is in [geboorteplaats] en dat het door eiser gesproken Somalisch in zijn geheel overeenkomt met het Somalisch dat gangbaar is in Noord-Somalië (Somaliland). Eisers kennis over [geboorteplaats] weegt niet op tegen de uitkomst van de taalanalyse. Bovendien komt de geboorteplaats op eisers diploma uit Turkije niet overeen met zijn gestelde herkomst.
3.3.
Het tweede asielmotief (eisers seksuele gerichtheid en de problemen die daaruit voortkomen) heeft verweerder evenmin geloofwaardig geacht. Verweerder heeft hiertoe overwogen dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen (artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw). Eisers verklaringen over zijn seksuele gerichtheid zijn volgens verweerder summier, niet inzichtelijk, niet persoonlijk, wisselend, oppervlakkig en algemeen van aard.
3.4.
Voor beide asielmotieven geldt dat verweerder eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig beschouwt (artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, van de Vw).
3.5.
Eisers identiteit en nationaliteit leiden volgens verweerder niet tot een vervolgingsgrond in de zin van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Vluchtelingenverdrag) of tot een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw, omdat eiser verweerder heeft misleid over zijn herkomst. Daarnaast omvat het bestreden besluit een terugkeerbesluit en legt verweerder eiser een inreisverbod op voor de duur van twee jaar.
Beoordeling door de rechtbank
Geloofwaardigheid herkomst
4.1.
Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte zijn herkomst ongeloofwaardig acht. Verweerder werpt hem zonder goede reden tegen dat originele documenten ontbreken die zijn herkomst (en identiteit) onderbouwen. Zijn identiteit is immers geloofwaardig bevonden en verweerder hecht over het algemeen geen waarde aan Somalische (identiteits)documenten.
Volgens eiser stelt verweerder ook ten onrechte dat hij niet samenhangend en aannemelijk over zijn herkomst heeft verklaard. Over de taalanalyse stelt eiser zich op het standpunt dat het door hem overgelegde rapport van Bureau Verified (Verified) van 22 oktober 2025 de twijfel omtrent zijn herkomst wegneemt en dat er concrete aanknopingspunten naar voren zijn gebracht om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van de taalanalyse door TOELT en aan de begrijpelijkheid van de in het rapport gevolgde redenering. Hij doet daarbij een beroep op een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, van 12 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:21497.
Eiser wijst erop dat hij de herkomstvragen over [geboorteplaats] goeddeels juist heeft beantwoord en stelt dat hij een goede verklaring heeft gegeven voor de afwijkende geboorteplaats op zijn Turkse diploma.
Omdat er voldoende twijfel is over verweerders standpunt omtrent eisers herkomst, is er geen sprake van misleiding en dus – zo begrijpt de rechtbank – kan verweerder niet aan hem tegenwerpen dat hij in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd, aldus eiser.
4.2.
Het betoog van eiser over de taalanalyse slaagt. De rechtbank is van oordeel dat eiser concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de taalanalyse van TOELT naar voren heeft gebracht en dat verweerder onvoldoende aan zijn vergewisplicht heeft voldaan. Het bestreden besluit is onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
4.3.
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waaronder de uitspraak van 22 april 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:2280), is een advies van TOELT een deskundigenadvies aan verweerder voor de uitvoering van zijn bevoegdheden. Verweerder mag op het advies van een deskundige afgaan, nadat is nagegaan of het advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag verweerder niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Zo nodig vraagt verweerder de adviseur een reactie op wat over het advies is aangevoerd.
4.4.
In het door eiser overgelegde rapport van 22 oktober 2025 heeft de onderzoeker van Verified allereerst erop gewezen dat verweerder ten onrechte ervan uitgaat dat [geboorteplaats] behoort tot de regio Shabeellaha Dhexe, in plaats van de regio Hiraan. Geografisch en taalkundig zijn Hiraan en Shabeellaha Dhexe verschillend.
Verder is in het rapport, onder vermelding van vakliteratuur, uiteengezet dat voor het centraal gelegen Hiraan niet eenduidig kan worden vastgesteld waar de taalgrenzen tussen voornamelijk Noord-Somalische en Zuid-Somalische dialecten liggen, vanwege de vloeiende en overlappende aard van de dialecten in Centraal-Somalië. Waar [naam 2] [2] meent dat in Hiraan hoofdzakelijk het Zuid-Somalische dialect Benadiri wordt gesproken, is [naam 3] [3] van mening dat daar meest waarschijnlijk een Darood-dialect uit Centraal-Somalië wordt gesproken en dat dit Centraal-Somalisch qua kenmerken dichter bij het Noord-Somalisch dan het Zuid-Somalisch ligt. Verder wijst de onderzoeker op de misleidende benaming Noord-Somalisch, omdat het gebruik van het Noord-Somalisch zich geografisch niet beperkt tot het noorden. Ook in het zuiden van Somalië wordt het Noord-Somalisch dialect gesproken. Volgens Verified volgt hieruit dat de dialectverwachting in dit geval geen enkelvoudig Zuid-Somalisch profiel is, maar een gemengd profiel waar verschillende Zuid-Somalische dialecten naast Centrale en Noord-Somalische dialecten bestaan. Dit heeft Verified concreet toegelicht en onderbouwd met literatuurverwijzingen.
Verified noemt daarnaast concrete voorbeelden uit de taalopname van eiser die volgens de onderzoeker aansluiten bij zuidelijke kenmerken en die niet door TOELT zijn aangehaald. Het gaat onder meer om het veranderen van de tweeklank /aj/ in een ey/ en het uitspreken van /r/ waar in Noord-Somalië ook /dh/ voorkomt. Verder wijst Verified op meerdere interpretatiefouten; door eiser gebruikte woorden die volgens TOELT typisch Noord-Somalisch zijn, worden volgens Verified in meerdere regio’s gebruikt. Deze punten zijn per verschijnsel toegelicht, met verwijzingen naar de opname en naar de geraadpleegde literatuur. Daarmee gaat het om casus-specifieke tegenwerpingen en niet slechts om algemene of methodische kritiek.
De rechtbank is van oordeel dat eiser hiermee concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het rapport van TOELT, de begrijpelijkheid van de in het rapport gevolgde redenering en het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht.
4.5.
Naar het oordeel van de rechtbank gaat de reactie van TOELT van 6 november 2025 niet toereikend en verifieerbaar in op de belangrijkste punten die in het rapport van Verified naar voren zijn gebracht.
4.5.1.
Het weerwoord van TOELT gaat niet in op de kritiek van Verified dat TOELT [geboorteplaats] ten onrechte in de regio Shabeellaha Dhexe heeft geplaatst. Op grond van de vergewisplicht had dit wel van verweerder (en daarmee van TOELT) mogen worden verwacht, omdat TOELT de taalanalyse relateert aan de herkomst van eiser. In het verweerschrift en ter zitting is de gemachtigde van verweerder hier wel op ingegaan en heeft zich op het standpunt gesteld dat weliswaar de verkeerde herkomstregio in het rapport van TOELT is vermeld, maar dat dat voor de conclusie geen verschil maakt, omdat in zowel Shabeellaha Dhexe als Hiraan een Zuid-Somalisch dialect gesproken wordt, wat eiser niet spreekt. Deze stelling overtuigt niet, gelet op het rapport van Verified.
4.5.2.
Ten aanzien van het niet eenduidig kunnen vaststellen van de taalgrenzen binnen Somalië stelt TOELT zich in de reactie van 6 november 2025 op het standpunt dat Verified zich ten onrechte beroept op een onderzoek (survey) uit 2021 door Clear Global/Translators without borders. Deze survey onderzocht volgens TOELT alleen in hoeverre Somaliërs de schrijftaal, het “standaard Somalisch”, beheersen. De resultaten van de survey zeggen echter niets over de distributie of vitaliteit van de in het dagelijks leven gesproken dialecten. Het feit dat de standaardtaal deels is gebaseerd op noordelijke dialecten houdt zeker niet in dat deze dialecten nu in het zuiden worden gesproken in het dagelijks leven, aldus TOELT.
De rechtbank is van oordeel dat de survey van Clear Global niet enkel ziet op de geschreven taal in Somalië, maar ook op de gesproken taal. Zo wordt in één van de afbeeldingen een overzicht getoond van de ‘most common main language
spokenat home’, waarbij opvalt dat in het overzicht voor heel Somalië in de meeste gebieden, ook het zuiden, het Noord-Somalisch de meest voorkomende gesproken taal is [4] en dat ook in Hiraan het Noord-Somalisch de meest gesproken taal is. [5] De reactie van TOELT ontneemt de twijfel aan het deskundigenadvies van TOELT daarom niet.
In het verweerschrift doet verweerder onder meer een beroep op een publicatie van [naam 4] en [naam 5] uit 2018 [6] . Volgens verweerder volgt daaruit dat nog steeds uitgegaan moet worden van de gegevens zoals gepresenteerd door [naam 2] en dat de website van Clear Global als bron onbetrouwbaar is. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder desgevraagd toegelicht dat er voorafgaand aan het opstellen van het verweerschrift telefonisch contact is geweest tussen verweerder en TOELT. TOELT heeft volgens verweerder in dat gesprek aangegeven dat de informatie van Clear Global, waaruit zou blijken dat een percentage van de bevolking in Zuid-Somalië Noord-Somalisch spreekt, onbetrouwbaar en oncontroleerbaar is. Verder heeft de gemachtigde van verweerder aangegeven dat de conclusie van [naam 4] , dat het (uit 1986 daterende) onderzoek van [naam 2] nog steeds relevant is, eerder in een andere procedure door TOELT is toegelicht. Het is volgens de gemachtigde van verweerder – kort samengevat – uitgesloten dat men in het zuiden van Somalië Noord-Somalisch spreekt.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder met deze mededelingen over informatie van TOELT aan verweerder, zonder dat deze informatie onderdeel uitmaakt van het dossier en zonder dat eiser in de gelegenheid is geweest om hier op te reageren en desgewenst Verified om een reactie te vragen, niet de concrete aanknopingspunten voor twijfel die eiser met het rapport van Verified naar voren heeft gebracht, heeft weggenomen.
4.6.
Gelet op het voorgaande heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom de taalanalyse (mede) leidt tot de conclusie dat de herkomst van eiser ongeloofwaardig is.
Geloofwaardigheid seksuele gerichtheid
5.1.
Eiser voert, onder verwijzing naar zijn eerdere zienswijze, aan dat verweerder ten onrechte zijn seksuele gerichtheid ongeloofwaardig heeft bevonden. Hij kan niet beter verklaren dan hij heeft gedaan over de aantrekkingskracht die hij voelt tot mannen, hoe hij zijn geaardheid ontdekte en zijn worsteling hiermee, hoe de vriendschap met [naam 1] zich ontwikkelde tot een relatie en hoe hij uiteindelijk niet anders kon dan zijn geaardheid accepteren. Hij heeft hierover duidelijke en authentieke verklaringen afgelegd. Verweerder heeft de verklaringen ten onrechte bestempeld als summier, onpersoonlijk en niet inzichtelijk.
5.2.
De rechtbank merkt allereerst op dat de enkele verwijzing naar de zienswijze niet kan leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. Verweerder is in het bestreden besluit ingegaan op de zienswijze van eiser. Met deze verwijzing geeft eiser niet concreet aan waarom de reactie van verweerder op de zienswijze volgens hem niet toereikend is. Gelet hierop zal de rechtbank het beroep beoordelen aan de hand van de uitgewerkte beroepsgronden en niet aan de hand van wat in de zienswijze naar voren is gebracht.
5.3.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in het voornemen en in het bestreden besluit uitgebreid en deugdelijk gemotiveerd waarom hij eisers verklaringen over zijn gestelde homoseksualiteit en de daarmee samenhangende problemen ongeloofwaardig heeft bevonden. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser op meerdere punten summier dan wel niet inzichtelijk, niet persoonlijk, oppervlakkig of algemeen heeft verklaard.
5.3.1.
Over het moment waarop eiser zijn homoseksualiteit ontdekte heeft hij verklaard dat toen hij elf of twaalf jaar oud was, hij meer gefocust was op het lichaam van mannen en dat hij gespierde mannen met een zware stem aantrekkelijk vond. Hij gaf de voorkeur aan meesters boven juffen in de klas (pagina 18 NG). Omdat hij niet op meisjes viel, dacht hij eerst dat er iets mis was met hem, aangezien het tegen het geloof en de traditie inging. Vervolgens heeft eiser verklaard dat hij wist wat het betekende om homoseksueel te zijn en dat accepteerde aan het einde van de middelbare school (pagina 19 NG). Op de vraag wat ervoor zorgde dat eiser accepteerde dat hij homoseksueel is, heeft eiser onder meer verklaard:
“Op een gegeven moment accepteerde ik dat dit geen ziekte is als hoofdpijn of zo en wat uiteindelijk weggaat. Maar dat dit bij mijn persoonlijkheid past, bij wie ik ben. Ik moest maar met deze gevoelens leren leven.”(pagina 19 NG)
“Ik heb geprobeerd om een relatie aan te gaan met vrouwen, maar dat lukte niet. Ik heb uiteindelijk geaccepteerd dat ik iemand ben die op mannen valt. Dat feit moet ik accepteren, of ik dat wil of niet. Dit is niet iets waar je een keuze in maakt. Je wordt op die manier geboren. Je kan niet opeens zeggen dat je homoseksueel bent. Je bent het of niet.”(pagina 19 NG)
Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat deze verklaringen oppervlakkig zijn en onvoldoende inzicht geven in de gevoelens van eisers over de omstandigheid dat hij zijn seksuele gerichtheid niet kan kiezen en over de acceptatie van zijn homoseksualiteit terwijl homoseksualiteit in zijn cultuur niet erkend wordt. Dat eiser alle gestelde vragen heeft beantwoord en dat als verweerder meer wilde weten verweerder daarnaar had moeten vragen, volgt de rechtbank niet. Meermaals heeft de gehoormedewerker bij eiser doorgevraagd en eiser daarmee in de gelegenheid gesteld om zijn verklaringen aan te vullen. Gelet op het referentiekader van eiser mocht verweerder van hem verwachten dat hij de vragen begreep en kon beantwoorden. In beroep heeft eiser zijn verklaringen niet verder aangevuld, zodat verweerder bij zijn standpunt kon blijven.
5.3.2.
Over het ontstaan van zijn relatie met [naam 1] en de ontwikkeling daarvan heeft eiser in het vrije asielrelaas verklaard dat hij [naam 1] in de vierde klas van de middelbare school ontmoette en dat er een vriendschap ontstond die later overging in verliefdheid. Hij wist dat hij deze gevoelens zou behouden (pagina 12 NG). Hij wist niet of [naam 1] ook homoseksuele gevoelens had. Eiser begon met het aanraken van [naam 1] waar hij ( [naam 1] ) zich niet tegen verzette. Zo is de intimiteit tussen hen ontstaan en de vriendschap werd een relatie. Ze keken samen films en praatten over de toekomst (pagina 26 NG). Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser met deze summiere verklaringen niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe de verliefdheid is ontstaan en wat de aanleiding was voor eiser om [naam 1] aan te raken, terwijl [naam 1] niet had verteld dat hij homoseksueel was. Op de vraag hoe eiser zijn relatie met [naam 1] vorm gaf, buiten het werk om, heeft eiser verklaard dat zij aardig tegen elkaar waren en veel met elkaar spraken (pagina 26 NG). Verweerder heeft deze verklaring terecht summier geacht, gelet op het feit dat eiser heeft verklaard dat de relatie vier jaar heeft geduurd. Verweerder mocht van eiser verwachten dat hij uitgebreider kon verklaren over hoe zijn relatie met [naam 1] eruit zag en over wat er werd besproken als zij het hadden over de toekomst.
5.4.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op basis van de hiervoor besproken gronden terecht op het standpunt gesteld dat eisers verklaringen over het tweede asielmotief geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en – in het verlengde daarvan – ongeloofwaardig zijn. Het betoog van eiser slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
6. Gelet op wat onder 4.2. tot en met 4.6. is overwogen, is het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit vanwege een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek. Het besluit is in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank ziet geen aanleiding om te bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven, een bestuurlijke lus toe te passen, of zelf in de zaak te voorzien. Het is aan verweerder om deugdelijk te onderzoeken en te motiveren of alsnog een verblijfsvergunning aan eiser moet worden verleend. Verweerder moet daarom een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
7. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak;
  • veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Bos, voorzitter, en mr. G.A. Bouter - Rijksen en mr. J.G. Bos, leden, in aanwezigheid van mr. J.B.C. Hoeksel, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Op deze zaak is het recht van toepassing dat gold vóór 12 juni 2026.
2.Verified rapport, pag. 3.
3.Verified rapport, pag. 3 en 4.
6.Onder punt 3.15 van het verweerschrift van 11 juni 2026.