ECLI:NL:RBDHA:2026:20037
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking asielbesluit
Verzoeker diende op 25 november 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister wees deze aanvraag bij besluit van 31 maart 2025 af als ongegrond. Verzoeker stelde op 21 april 2025 beroep in tegen dit besluit. Vervolgens trok de minister het besluit bij brief van 23 maart 2026 in.
Verzoeker verzocht de rechtbank het beroep te beschouwen als een beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag en de minister te veroordelen in de proceskosten. Op 20 april 2026 werd de asielaanvraag alsnog ingewilligd, waarna verzoeker het beroep introk en de proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de minister geheel aan verzoeker was tegemoetgekomen door de asielaanvraag alsnog te honoreren. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling toe en veroordeelde de minister tot betaling van € 467,- aan proceskosten, berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door rechter C.M. Dijksterhuis en griffier F.J. Attema op 8 juni 2026, zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoeker na intrekking van het asielbesluit.