ECLI:NL:RBDHA:2026:20023
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet betalen griffierecht afgewezen
Opposante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet was betaald. Opposante stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De rechtbank beoordeelde of het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was vanwege het niet betalen van het griffierecht en of dit verzuim verschoonbaar was. Hoewel opposante aanvankelijk verwarring had over de hoogte en het betalingskenmerk van het griffierecht door meerdere nota's en terugstortingen, werd zij na een aangetekende herinneringsnota en nadere correspondentie voldoende geïnformeerd om alsnog te betalen.
Opposante heeft het griffierecht voor het verzoek om voorlopige voorziening wel betaald, maar niet voor het beroep zelf. De rechtbank oordeelde dat het verzuim niet verschoonbaar was omdat opposante na de herinnering en correspondentie had moeten begrijpen dat betaling nog uitstond en zij geen navraag heeft gedaan. Het verzet is daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens niet betaling van griffierecht is ongegrond verklaard.