ECLI:NL:RBDHA:2026:19996
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen zware mishandeling met voorbedachte rade wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van zware mishandeling met voorbedachte rade op 8 juli 2025 in Noordwijk. Het slachtoffer liep ernstig letsel op door slagen en schoppen met mogelijk een wapenstok. De officier van justitie eiste 24 maanden gevangenisstraf, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte.
Tijdens de zittingen werd vastgesteld dat verdachte voorafgaand aan de mishandeling contact had met medeverdachten en dat er plannen waren gemaakt via een groepsapp. De telefoon van verdachte was op het moment van de mishandeling in de buurt van de plaats delict, maar het kon niet worden uitgesloten dat hij zich elders bevond. Verdachte gaf aan dat hij mogelijk niet betrokken was en sprak hierover tijdens detentie met een derde.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was om vast te stellen dat verdachte daadwerkelijk deel uitmaakte van de groep die het slachtoffer mishandelde. Daarom werd verdachte vrijgesproken van zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde feit. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd afgewezen wegens de vrijspraak, en het slachtoffer werd veroordeeld in de kosten van de verdediging van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij de zware mishandeling.