ECLI:NL:RBDHA:2026:1996

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
C/09/697932 / FA RK 26-493
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArt. 1:6 lid 1 WvggzArt. 42 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voortzetting crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Den Haag behandelde op 22 januari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die zich in een ernstige psychotische toestand bevindt. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting en verzet zich tegen de zorg, stellende dat de rechtbank niet bevoegd is vanwege haar status als Duitse staatsburger onder bescherming van het Internationaal Strafhof.

De rechtbank verwierp het verweer van onbevoegdheid en niet-ontvankelijkheid en oordeelde dat zij bevoegd is op grond van artikel 1:6 lid 1 Wvggz Pro en artikel 42 Rv Pro. Uit de medische verklaringen en getuigenverklaringen bleek dat betrokkene lijdt aan ernstige denkstoornissen met wanen en hallucinaties, waardoor zij ondervoed en uitgedroogd was en een acuut gevaar voor zichzelf vormt.

De rechtbank concludeerde dat de crisismaatregel noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden, waaronder lichamelijk letsel en psychische schade. De gevraagde verplichte zorg, zoals toediening van medicatie, voeding, medische controles en beperking van bewegingsvrijheid, is evenredig en effectief. Minder bezwarende alternatieven zijn niet voorhanden. De machtiging wordt verleend voor een periode van drie weken, tot en met 12 februari 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken wegens ernstig psychotische toestand en acuut gevaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/697932 / FA RK 26-493
Datum beschikking: 22 januari 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 19 januari 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteland] ,
verblijfsadres te [plaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. J.B. Peters te Zoetermeer.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 17 januari 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente ‘s-Gravenhage tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 17 januari 2026 ondertekende medische verklaring van R.J. Duvivier, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een brief van de officier van justitie van 19 januari 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft;
- een brief van betrokkene gedateerd van 22 januari 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 22 januari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- de advocaat van betrokkene en een Duitse tolk de heer M. Müller;
- de arts, mevrouw [naam 1] ;.
- de psychiater, de heer [naam 2] ;
Betrokkene is niet ter zitting verschenen. Betrokkene heeft voorafgaand aan de zitting bij haar advocaat aangegeven niet aanwezig te willen zijn. De rechtbank heeft zodoende de zitting voortgezet buiten afwezigheid van betrokkene. Betrokkene heeft een handgeschreven brief overgelegd aan de rechtbank, welke de advocaat ter zitting heeft voorgelezen.
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

De advocaat heeft ter zitting verklaard dat zijn cliënte van mening is dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in het verzoek, omdat zij slachtoffer is van misdrijven en als Duitse staatsburger onder bescherming van het Internationaal Strafhof (ICC) staat. De rechtbank heeft volgens zijn cliënte in deze zaak geen rechtsmacht en is dus niet bevoegd om uitspraak te doen. Indien de rechtbank overgaat tot een inhoudelijke behandeling, bepleit de advocaat primair afwijzing van het verzoek, omdat er volgens hem geen sprake meer is van een acuut gevaar. Betrokkene stemt niet in met enige vorm van zorg, nu niet voorzienbaar is dat dit noodzakelijk zal zijn.
De arts heeft ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene zeer psychotisch is. Zij heeft de overtuiging dat het ICC haar de hele dag door informatie influistert. Betrokkene is onlangs gestart met medicatie, maar dit heeft tot dusver geen effect. De situatie waarin betrokkene zich bevond voor opname was heel zorgelijk. Betrokkene slikte geen eten en drinken door, omdat dit vergiftigd zou zijn. Op dit moment lijkt er daarin sprake te zijn van enige verbetering. De ex-partner en de broer van betrokkene geven aan dat betrokkene al drie jaar kampt met psychotische klachten, maar dat dit de afgelopen tijd is verergerd. Betrokkene wordt momenteel ingesteld op medicatie en haar lichamelijke toestand wordt gemonitord. Indien betrokkene voldoende gestabiliseerd is, zal er gekeken worden of zij gerepatrieerd kan worden naar Duitsland.

Beoordeling

Betrokkene bepleit primair niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie, omdat de rechtbank onbevoegd zou zijn het verzoek te behandelen. De rechtbank verwerpt dit verweer, nu de rechtbank absoluut bevoegd is voor zaken op grond van de Wvggz, waarbij de procedure wordt gevoerd als een verzoekschriftprocedure (artikel 42 Rv Pro).
Wat betreft de relatieve bevoegdheid, is op grond van het bepaalde in artikel 1:6 lid 1 Wvggz Pro in zaken betreffende de Wvggz uitsluitend bevoegd de rechter van de woonplaats van betrokkene, of van de plaats waar hij hoofdzakelijk of daadwerkelijk verblijft. Gelet hierop is de rechtbank Den Haag bevoegd om op het verzoek te beslissen.
De rechtbank ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd dan ook geen grond het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren. De rechtbank komt daarom toe aan een inhoudelijke beoordeling.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
Betrokkene heeft inhoudelijke denkstoornissen met paranoïde, betrekkings- en besturingswanen. Betrokkene heeft de overtuiging dat er complotten tegen haar spelen en dat haar kinderen gevaar lopen. Zij zegt bestuurd te worden door een zender in haar hoofd en door middel van die zender boodschappen ontvangt. Betrokkene is om deze reden in ondervoede en uitgedroogde toestand binnengebracht op de SEH. Betrokkene woonde in Duitsland, waar zij haar huis heeft opgezegd en haar minderjarige kinderen heeft verlaten onder invloed van haar wanen. Uit informatie van familieleden blijken de huidige symptomen al langere tijd aanwezig te zijn, maar lijken ze in korte tijd verergerd.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een psychose. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van vocht;
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Van de overige in de crisismaatregel genoemde en door de rechtbank niet toegewezen vormen van zorg is ter zitting gebleken dat de toepassing niet voorzienbaar en noodzakelijk is. De rechtbank zal het verzoek in zoverre dan ook afwijzen.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene toont geen ziekte-besef of -inzicht en er is sprake van oordeels- en kritiekstoornissen. Betrokkene ontkent hulp nodig te hebben. Zij verzet zich tegen de suggestie dat er sprake is van psychische klachten. Zij weigert aangeboden medicatie in te nemen, mogelijk onder invloed van de wanen/hallucinaties.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteland] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van vocht;
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 februari 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J.M. Bellekom, rechter, bijgestaan door K. Houdijk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 januari 2026.