Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. N. Schoonbrood).
Procesverloop
Overwegingen
Bewaringsgronden
Arrest Adrar2
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, is op 15 januari 2026 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de bewaring prematuur was vanwege een lopende artikel 64-procedure en dat een lichter middel passend zou zijn vanwege zijn medische toestand. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar tegen het artikel 64-besluit geen rechtmatig verblijf oplevert en dat de maatregel van bewaring daarom terecht is opgelegd.
De minister heeft voldoende gemotiveerd dat er sprake is van een risico op onttrekking aan het toezicht en dat een lichter middel niet doeltreffend is, mede gelet op de medische omstandigheden van eiser die niet zodanig zijn dat bewaring onaanvaardbaar is. Ook is volgens de rechtbank voldoende zicht op uitzetting naar Nigeria binnen een redelijke termijn, ondanks het ontbreken van een fit-to-fly verklaring.
De rechtbank toetst ambtshalve of de bewaring onrechtmatig was en concludeert dat dit niet het geval is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.