ECLI:NL:RBDHA:2026:19677

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
C/09/703483 / FA RK 26-3812
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 lid 1 Brussel II-terArt. 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor medische behandeling van minderjarige met ADD/ADHD

De moeder verzocht de rechtbank om vervangende toestemming voor de behandeling van haar minderjarige kind met ADD/ADHD, waaronder medicatiegebruik en gedragstherapie. De ouders oefenen gezamenlijk gezag uit, maar de vader gaf aanvankelijk geen toestemming voor medicatie. Na indiening van het verzoek stuurde de vader echter e-mails waarin hij zijn toestemming gaf, maar de moeder vreesde dat deze later zou worden ingetrokken.

De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. De moeder onderbouwde haar verzoek met het feit dat het kind sinds 2024 gediagnosticeerd is met ADHD en dat de problemen op school en het zelfbeeld onvoldoende verbeterden ondanks eerdere maatregelen. Het belang van het kind staat voorop.

De rechtbank oordeelde dat het in het belang van het kind is dat de behandeling, inclusief medicatie, kan worden voortgezet en ondersteund door beide ouders. Daarom verleende de rechtbank de moeder vervangende toestemming voor de behandeling en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming aan de moeder voor de medische behandeling van de minderjarige met ADD/ADHD, inclusief medicatiegebruik.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-3812
Zaaknummer: C/09/703483
Datum beschikking: 16 juni 2026

Vervangende toestemming

Beschikking op het op 16 april 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.A. Vermeulen te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van de zijde van de moeder van 26 mei 2025, met bijlagen;
  • het e-mailbericht van de zijde van de vader aan deze rechtbank van 7 mei 2026;
  • het e-mailbericht van de zijde van de vader aan deze rechtbank van 30 mei 2026.
De minderjarige [de minderjarige 1] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 2 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van 25 juli 2014 tot 15 april 2020.
- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats] .
- De minderjarigen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.
- De vader heeft de Ierse nationaliteit en de moeder heeft de Britse nationaliteit.
- De minderjarige [de minderjarige 1] heeft de Ierse en Britse nationaliteit.
- Bij beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 2 april 2020 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is het door de ouders ondertekende convenant en ouderschapsplan aangehecht.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt de rechtbank vervangende toestemming te verlenen voor:
- Een behandeling van [de minderjarige 1] voor ADD/ADHD door de huisarts of een ander medisch specialist, waaronder medicatiegebruik, en al dan niet ter beoordeling van de specialist in combinatie met gedragstherapie, waarbij de frequentie en duur van de behandeling wordt gevolgd die volgens de specialist noodzakelijk is;
voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht
De rechtbank overweegt als volgt. De Nederlandse rechter heeft op grond van artikel 7 lid 1 Brussel Pro II-ter rechtsmacht ter zake kwesties van ouderlijke verantwoordelijkheid. [de minderjarige 1] had zijn gewone verblijfplaats ten tijde van de indiening van het verzoekschrift in Nederland hadden. Ingevolge artikel 15 van Pro het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 is, gelet hierop, Nederlands recht van toepassing.
Juridisch kader
Op grond van het eerste lid van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hierover op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder verzoekt vervangende toestemming voor een behandeling van [de minderjarige 1] voor ADD/ADHD door de huisarts of een ander medisch specialist, waaronder medicatiegebruik, en al dan niet ter beoordeling van de specialist in combinatie met gedragstherapie, waarbij de frequentie en duur van de behandeling wordt gevolgd die volgens de specialist noodzakelijk is. De moeder heeft -onweersproken- het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. [de minderjarige 1] is in 2024 gediagnosticeerd met ADHD. [de minderjarige 1] heeft vooral op school last van zijn ADHD, wat ook invloed heeft op zijn zelfbeeld en schoolprestaties. Ondanks ingezette adviezen en ondersteunende maatregelen in overleg met school, is onvoldoende verbetering opgetreden. Moeder is met die reden van mening dat uitbreiding van de hulpverlening noodzakelijk is voor [de minderjarige 1] . [de minderjarige 1] heeft, volgens de moeder, bij haar aangegeven dat hij wil onderzoeken of medicatie hem kan helpen. De moeder heeft geprobeerd hierover in overleg te treden met de vader, maar de vader geeft geen toestemming voor medicatiegebruik.
De vader heeft na indiening van het verzoek van moeder een tweetal e-mails aan de rechtbank gestuurd. Namelijk op 7 mei 2026 en op 30 mei 2026. Hieruit is het de rechtbank gebleken dat hij de moeder toestemming verleent voor het toedienen van medicatie aan [de minderjarige 1] . De moeder heeft op de zitting naar voren gebracht dat zij bang is dat vader zijn toestemming later alsnog terugtrekt en zij dan met lege handen staat. Zij handhaaft haar verzoek tot het verkrijgen van vervangende toestemming.
De rechtbank acht het in het belang van [de minderjarige 1] dat er verdere hulpverlening komt, waarbij ook medicatiegebruik mogelijk is. De vader heeft per mail aan de rechtbank laten weten in te stemmen met het toedienen van medicatie aan [de minderjarige 1] . De rechtbank is het met de Raad eens dat het voor [de minderjarige 1] van belang is dat zijn vader eventueel medicatiegebruik ook ondersteunt als [de minderjarige 1] bij hem is en vader daar niet tegenin gaat. Het is voor de ontwikkeling van [de minderjarige 1] van belang dat hij het gevoel heeft dat hij van beide ouders de medicatie mag gebruiken.

Beslissing

De rechtbank:
verleent de moeder vervangende toestemming voor een behandeling van de minderjarige:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats] , voor ADD/ADHD door de huisarts of een ander medisch specialist, waaronder medicatiegebruik, en al dan niet ter beoordeling van de specialist in combinatie met gedragstherapie, waarbij de frequentie en duur van de behandeling wordt gevolgd die volgens de specialist noodzakelijk is;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juni 2026.