ECLI:NL:RBDHA:2026:19666

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
26/5181
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening voor werkvergunning tijdens bezwaarprocedure

Verzoeker heeft een gecombineerde verblijfsvergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) aangevraagd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 9 maart 2026 is afgewezen. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt en tegelijkertijd is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om gedurende de bezwaarprocedure te mogen blijven werken.

De minister heeft op 18 juni 2026 laten weten zich niet te verzetten tegen de toewijzing van de voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter ziet geen beletselen om het verzoek toe te wijzen en bepaalt dat verzoeker mag blijven werken totdat op het bezwaar is beslist.

Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van € 200,- en de proceskosten van € 934,-, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Munsterman en openbaar gemaakt op 16 juli 2026.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen zodat verzoeker mag blijven werken totdat op het bezwaar is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: 26/5181 BEPTDN

uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 juli 2026 in de zaak tussen

[verzoeker]

[V-nummer]
( [gemachtigde] ),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van verzoeker om een voorlopige voorziening.
1.1
Bij besluit van 9 maart 2026 (primaire besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker om verlening van een gecombineerde verblijfsvergunning voor verblijf en arbeid (GVVA), afgewezen.
1.2
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en daarnaast de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt dat verzoeker, totdat een besluit op het bezwaar is genomen, mag blijven werken.
1.3
De minister heeft op 18 juni 2026 per brief laten weten zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), kan hangende een bezwaarprocedure de voorzieningenrechter van de rechtbank op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Nu de minister zich niet verzet tegen de toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om dit verzoek toe te wijzen, zal de voorzieningenrechter het verzoek toewijzen in die zin dat de verzoeker mag blijven werken totdat op het bezwaar is beslist.
4. Omdat het verzoek wordt toegewezen, moet de minister het griffierecht van verzoeker vergoeden.
5 De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe, totdat op het bezwaar is beslist;
- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 200,- aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van H.C. Borgman, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.