ECLI:NL:RBDHA:2026:19665

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
NL26.4653
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel

Verzoeker, van Gambiaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk bij besluit van 20 januari 2026. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op 14 juli 2026, waarbij alleen de gemachtigde van de minister aanwezig was. Verzoeker en zijn gemachtigde waren afwezig en hadden zich afgemeld. Tijdens de zitting werd het onderzoek gesloten.

De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening niet meer nodig was omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak had gedaan op het beroep. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.4653

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker

geboren op [datum] ,
van Gambiaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. D.L. Boer).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 20 januari 2026 deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep [1] , op 14 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben alleen de gemachtigde van de minister deelgenomen. Verzoeker en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting. Het onderzoek ter zitting is gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.4652, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NL26.4652.