ECLI:NL:RBDHA:2026:19655
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit wegens verdenking mishandeling en openbare orde
De rechtbank Den Haag heeft op 16 juli 2026 het beroep van een Saoedische vreemdeling tegen een terugkeerbesluit van 19 mei 2025 beoordeeld. In dit besluit werd aan eiser opgedragen Nederland binnen vier weken te verlaten vanwege het niet rechtmatig verblijven en een verdenking van mishandeling die een gevaar voor de openbare orde zou vormen.
Eiser voerde aan dat hij pas drie dagen in Nederland was, een retourticket had en dat de strafzaak tegen hem uiteindelijk geseponeerd werd wegens onvoldoende bewijs. Hij stelde dat er geen objectieve en nauwkeurige elementen waren die een verdenking rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat verdenking van een strafbaar feit, zeker een geweldsdelict met een maximale straf van drie jaar, voldoende ernstig is om het verblijf te beëindigen. De heterdaad aanhouding en het proces-verbaal vormden objectieve en nauwkeurige elementen die de verdenking rechtvaardigden. Het latere sepot deed hieraan niets af vanwege de ex-tunc toetsing.
Omdat eiser inmiddels teruggekeerd is naar Saoedi-Arabië, hoefde niet aan artikel 3 EVRM Pro te worden getoetst. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het terugkeerbesluit in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.