ECLI:NL:RBDHA:2026:19653

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
NL25.25424
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.G. Vegter
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing mvv-aanvraag na verlening machtiging

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn echtgenote. De minister had de aanvraag aanvankelijk afgewezen, maar na een nieuwe aanvraag is de mvv alsnog verleend. De echtgenote verblijft inmiddels legaal in Nederland met een verblijfsvergunning.

Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van eiser zich afgemeld en kon geen contact met eiser worden gelegd. De rechtbank constateert dat het doel van de procedure, het verkrijgen van de mvv, inmiddels is bereikt, waardoor het beroep geen procesbelang meer heeft.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter J.G. Vegter en griffier L. Fernandez Ferreiro.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.25424
V-nummer: [V-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

(gemachtigde: mr. A.D. Kupelian),
en
de minister van Asiel en Migratie [1] ,
(gemachtigde: mr. S. Beyik).

Procesverloop

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) die eiser heeft ingediend ten behoeve van zijn echtgenote [persoon] met als doel “verblijf als familie- of gezinslid”.
1.1
De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 22 mei 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 12 mei 2025 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.3
De rechtbank heeft het beroep op 24 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank stelt vast dat op 5 juni 2025 een nieuwe aanvraag om afgifte van een mvv is ingediend namens de echtgenote van eiser. Bij besluit van 1 september 2025 is alsnog de gevraagde mvv verleend. De minister heeft de rechtbank desgevraagd medegedeeld dat zij inmiddels in Nederland is en in het bezit is van een verblijfsvergunning. De gemachtigde van eiser heeft geen contact kunnen krijgen met eiser en heeft laten weten om die reden het beroep te handhaven.
3. De rechtbank stelt vast dat de echtgenote van eiser inmiddels heeft gekregen wat hij met deze procedure trachtte te bereiken. Er is dan ook geen procesbelang meer aan de kant van eiser.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Vegter, rechter, in aanwezigheid van
L. Fernandez Ferreiro, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.