ECLI:NL:RBDHA:2026:19632

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
C/09/708480
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:11 WvggzArt. 8:12 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging machtiging tot verplichte zorg wegens agressief gedrag en medicatieproblemen

De rechtbank Den Haag behandelde op 9 juli 2026 het verzoek van de officier van justitie tot wijziging van een eerder afgegeven zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1952. De wijziging is aangevraagd vanwege een incident waarbij betrokkene in verwarde toestand met een mes naar zorgverleners zwaaide, wat aanleiding gaf tot tijdelijke verplichte zorgmaatregelen.

Betrokkene verblijft momenteel in een gesloten afdeling en wordt behandeld met medicatie die onder toezicht wordt toegediend vanwege verdenking van medicijnsmokkel. De arts verklaarde dat betrokkene verbaal en fysiek agressief kan worden bij het niet innemen van medicatie en dat betrokkene niet bang is het incident te herhalen, ook niet als dit gevangenisstraf tot gevolg zou hebben.

De rechtbank oordeelde dat de bestaande zorgmachtiging niet langer volstaat en dat de aanvullende maatregelen, waaronder insluiting en toezicht, noodzakelijk, evenredig en effectief zijn om de veiligheid van betrokkene en zorgverleners te waarborgen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar. De gewijzigde machtiging geldt tot en met 26 september 2026.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgmachtiging en verlengt verplichte zorgmaatregelen tot 26 september 2026.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/708480 / FA RK 26-6809
Datum beschikking: 9 juli 2026

Wijziging van de machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1952 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie Parnassia, afdeling LIB te [plaats] ,
advocaat: mr. R.P.A. Kint te Zoetermeer.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 06 juli 2026, heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 25 maart 2026 ten aanzien van betrokkene is afgegeven.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beslissing tot het verlenen van tijdelijke verplichte zorg in een noodsituatie d.d. 16 juni 2026;
- een aanvraag tot wijziging van de zorgmachtiging aan de geneesheer-directeur van 16 juni 2026 door [naam 1] , zorgverantwoordelijke;
- een aanvraag aan de officier van justitie van 18 juni 2026 door de geneesheer-directeur;
- een gewijzigd zorgplan van 17 juni 2026;
- een aanvullende medische verklaring van 17 juni 2026;
- een beschikking van het mentorschap van 17 januari 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 juli 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de arts, [naam 2] ;
- de verpleegkundige, [naam 3] ;
- de mentor van betrokkene, [naam 4] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft verklaard niet opgesloten te willen zitten en weer naar buiten te willen.
De advocaat van betrokkene heeft zich namens betrokkene gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De arts heeft verklaard dat betrokkene een mes heeft getrokken en ermee heeft gezwaaid naar het personeel. Hij is toen overmand door meerdere medewerkers. Betrokkene heeft vervolgens twee dagen in de extra beveiligde kamer doorgebracht en is aansluitend overgeplaatst naar een andere gesloten afdeling dan waar hij voor het incident verbleef. Op dit moment wordt de medicatie van betrokkene opgebouwd, omdat er onvoldoende effectieve werking is van de anti psychotica. Er bestaat een verdenking dat betrokkene medicatie smokkelt, aangezien er medicatie op zijn balkon is gevonden en zijn clozapine spiegel laag was. De medicatie wordt nu onder toezicht gegeven.
Wanneer betrokkene zijn medicatie niet gebruikt, kan hij verbaal en fysiek agressief worden. Drie dagen geleden heeft hij aangegeven niet bang te zijn om het incident met het mes te herhalen, ook als hij ervoor naar de gevangenis zou moeten. Betrokkene is nog niet naar buiten geweest omdat er dan een groot risico bestaat dat hij weer gaat blowen, wat een risico met zich meebrengt voor het goed innemen en de werking van de medicatie. Wanneer betrokkene weer voldoende gestabiliseerd is, zal hij weer naar buiten kunnen.

Beoordeling

Ten aanzien van betrokkene is op 25 maart 2026 een zorgmachtiging afgegeven. Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, welke door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz Pro.
Teneinde deze noodsituatie af te wenden heeft de zorgverantwoordelijke, bij wijze van tijdelijke maatregel, de volgende vormen van verplichte zorg toegepast:
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene,
Betrokkene heeft op 15 juni 2026 in verwarde toestand een mes gepakt en steekbewegingen gemaakt naar zorgverleners. In het verleden is eerder gezien dat betrokkene verbale en fysieke agressie kan vertonen wanneer hij zijn medicatie niet neemt en hij decompenseert. Ter zitting is verklaard door de arts dat betrokkene met medicatie smokkelt en heeft aangegeven niet bang te zijn om het incident te herhalen. Dit maakt het voorzienbaar dat de voornoemde vormen van verplichte zorg opnieuw ingezet zullen moeten worden ter bescherming van de zorgverleners en van betrokkene zelf.
Gebleken is dat deze vormen van zorg, die niet zijn opgenomen in de zorgmachtiging, ook na verloop van drie dagen moeten worden voortgezet.
Betrokkene verzet zich tegen deze aanvullende vormen van verplichte zorg. Betrokkene overziet de ernst van de situatie niet en geeft aan niet opgesloten te willen worden.
Gebleken is echter dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde met de zorgmachtiging beoogde effect hebben. De voorgestelde gewijzigde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief en veilig. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen tot 25 september 2026, aldus dat de vormen van verplichte zorg worden uitgebreid met:
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene.

Beslissing

De rechtbank:
wijzigt de op 25 maart 2026 verleende zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1952 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 september 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. M. van Leeuwen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 juli 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 14 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.