ECLI:NL:RBDHA:2026:1956
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse biseksuele vrouw wegens ongeloofwaardigheid en geen reëel risico
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw die biseksueel is, diende op 3 juli 2023 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder wees deze aanvraag op 30 oktober 2025 af, waarbij het tweede asielmotief, haar seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen, als ongeloofwaardig werd beoordeeld. De rechtbank behandelde het beroep op 20 januari 2026.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het tweede asielmotief ongeloofwaardig vond, omdat eiseres geen samenhangend en aannemelijk verhaal gaf over haar seksuele geaardheid, haar gevoelens en relaties, en onvoldoende kennis toonde over de LHBTI-situatie in Nederland. Ook het beroep op een EUAA-rapport over Nigeria bood geen steun, omdat dit niet van toepassing was op haar situatie.
Verder mocht verweerder concluderen dat eiseres niet in aanmerking komt voor een reguliere verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro, ondanks haar Nederlandse dochter, omdat het belang van de Nederlandse samenleving zwaarder weegt en er geen objectieve belemmeringen zijn om het gezinsleven in Nigeria voort te zetten.
De rechtbank bevestigde dat eiseres geen reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Nigeria, mede omdat zij als alleenstaande vrouw altijd staande heeft weten te houden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de asielaanvraag af wegens ongeloofwaardigheid en geen reëel risico op ernstige schade.