ECLI:NL:RBDHA:2026:1950
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in terugkeerbesluit vreemdeling
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie, opgelegd op 6 augustus 2025. Tegelijkertijd heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 16 januari 2026 behandeld, samen met het hoofdberoep. Tijdens de zitting waren verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig.
Op 5 februari 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep en dit ongegrond verklaard. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.H. de Groot en openbaar gemaakt op rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het samenhangende beroep ongegrond is verklaard.