ECLI:NL:RBDHA:2026:19473
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na uitspraak op beroep
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 11 september 2025 als kennelijk ongegrond is afgewezen. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank.
Verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek beoordeeld zonder zitting.
Op 2 juli 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het ingestelde beroep, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening is komen te vervallen. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 13 juli 2026 door de voorzieningenrechter S.S. van der Velde en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.