ECLI:NL:RBDHA:2026:19473

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 juli 2026
Publicatiedatum
15 juli 2026
Zaaknummer
NL25.45413
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na uitspraak op beroep

Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 11 september 2025 als kennelijk ongegrond is afgewezen. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank.

Verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek beoordeeld zonder zitting.

Op 2 juli 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het ingestelde beroep, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening is komen te vervallen. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan op 13 juli 2026 door de voorzieningenrechter S.S. van der Velde en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.45413

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. D.S. Harhangi-Asarfi),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

1. Bij besluit van 11 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond.
2. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
3. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. [1]

Overwegingen

4. Bij uitspraak van 2 juli 2026, zaaknummer NL25.45412, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 13 juli 2026 door mr. S.S. van der Velde, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.