Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[eiser] te [woonplaats 1],2. [eiseres] te [woonplaats 1],
1.[gedaagde 1] te [woonplaats 2],2. [gedaagde 2] te [woonplaats 3], [gemeente 1],3. [gedaagde 3] te [woonplaats 4],4. [gedaagde 4] te [woonplaats 4],
1.Samenvatting
2.De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
- verklaart voor recht dat de realisatie van het vergunde bouwplan tot ontwikkeling van de woningen aan de [adres 2] te [plaats] tot onrechtmatige hinder leidt;
- [gedaagden] verbiedt om op het perceel aan de [adres 2] te [plaats] op zodanige wijze een bouwwerk te realiseren dat [eisers] hiervan hinder ervaart, op straffe van een dwangsom;
- [gedaagden] verbiedt om op het perceel aan de [adres 2] te [plaats] binnen een afstand van twee meter tot de erfgrens met [adres 1] te [plaats] een bouwwerk te realiseren, op straffe van een dwangsom;
- [gedaagden] veroordeelt tot betaling aan [eisers] van € 1.210,- en € 925,-, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
- hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten.
5.De beoordeling
€ 189,-(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)