ECLI:NL:RBDHA:2026:19431
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling ongegrond verklaard
De minister van Asiel en Migratie legde op 18 maart 2026 een maatregel van bewaring op aan eiser, een Algerijnse vreemdeling. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had de rechtmatigheid van de maatregel reeds eerder beoordeeld en richt zich nu op de periode na 20 april 2026.
Eiser voerde aan dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting bestaat, mede omdat hij geen toegang heeft tot zijn telefoon en daardoor geen documenten kan verkrijgen. Ook stelde hij dat de overheid onvoldoende voortvarend handelt. De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van documenten niet aan eiser kan worden toegerekend en dat verweerder voldoende inspanningen levert, waaronder schriftelijke rappels en vertrekgesprekken.
De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel rechtmatig is en dat er wel degelijk zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.