ECLI:NL:RBDHA:2026:19418
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning subsidiaire bescherming aan alleenstaande vrouw uit Eswatini wegens reëel risico op gendergerelateerd geweld
Eiseres, afkomstig uit Eswatini, vluchtte vanwege een gedwongen huwelijk en eerdere ervaringen met seksueel geweld en verlies van haar kinderen. Verweerder wees haar asielaanvraag af, stellende dat zij geen reëel risico op vervolging of ernstige schade liep bij terugkeer.
De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat eiseres wel degelijk een reëel risico loopt op ernstige schade, mede vanwege haar verleden en de positie van vrouwen in Eswatini. De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende rekening hield met artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatieverordening.
Gezien de landeninformatie over structurele discriminatie, gendergerelateerd geweld en beperkte bescherming door autoriteiten, acht de rechtbank het aannemelijk dat eiseres bij terugkeer ernstige problemen zal ondervinden. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op internationale bescherming te verlenen als subsidiair beschermde.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres. De rechtbank maakte gebruik van haar bevoegdheid om een bindende uitspraak te doen, mede omdat verweerder niet op de zitting verscheen en geen verweerschrift indiende.
De uitspraak benadrukt het belang van een individuele en actuele beoordeling van het risico op ernstige schade en bevestigt de toepassing van de Kwalificatieverordening in asielzaken.
Uitkomst: Eiseres krijgt internationale bescherming als subsidiair beschermde en het bestreden besluit wordt vernietigd.