Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Turkse nationaliteit, voerde aan rechtmatig verblijf te hebben in Italië in afwachting van zijn asielprocedure aldaar. De rechtbank stelde echter vast dat het rechtmatig verblijf in Italië op 11 mei 2026 was geëindigd, hetgeen door de overgelegde documenten werd bevestigd.
Verweerder legde aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring op op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, b en c van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was gebaseerd op meerdere gronden, waaronder het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen van Nederland, het niet naleven van een vertrekplicht uit de EU, en onvoldoende medewerking aan het vaststellen van identiteit en nationaliteit.
Eiser betwistte de gronden van de maatregel niet inhoudelijk. De rechtbank oordeelde dat de gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren en dat één grondslag voldoende is om de maatregel te dragen. Er waren geen feiten of omstandigheden die de maatregel onrechtmatig maakten.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.