Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op 3 juli 2026. De maatregel werd opgelegd op grond van het risico dat eiser zou onderduiken en de uitzettingsprocedure zou ontwijken of belemmeren.
Eiser betwistte de gronden van de maatregel niet, maar stelde dat verweerder niet voortvarend had gehandeld bij de uitzetting en dat een lichter middel, zoals een meldplicht, had moeten worden toegepast. Verweerder toonde aan dat er op 3 en 8 juli 2026 pogingen waren gedaan om een vertrekgesprek te voeren en dat overleg over uitzetting naar Nigeria binnen enkele dagen zou plaatsvinden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld en dat geen minder dwingende maatregel dan de inbewaringstelling doeltreffend was om het onderduikrisico te ondervangen. Er waren geen feiten die de bewaring onevenredig bezwarend maakten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.