Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
richten op/in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
- daarbij de woorden te roepen "Geld, geld, kassa, kassa" en/of
- te roepen/zeggen: "Geef geld" en/of "Maak de kassalade open" en/of "Heb je geen kluis" en/of
3.De bewijsbeslissing
toebehorendeaan Juwelier Lucardi ( [filiaal] ),
diezich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze
envergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1]
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
Bij een veroordeling acht de reclassering voortzetting van het reclasseringstoezicht aangewezen, omdat het zorgelijk is dat de verdachte wordt verdacht van het onderhavige ernstige geweldsdelict, terwijl zijn leven op meerdere leefgebieden stabiel lijkt. Door de proceshouding van de verdachte heeft de reclassering geen zicht kunnen krijgen op de mogelijke criminogene factoren. Een financieel motief en de invloed van een negatief sociaal netwerk kunnen niet worden uitgesloten. Tijdens het reclasseringstoezicht zal aandacht worden besteed aan deze risicofactoren, evenals aan het behoud van de bestaande stabiliteit in het leven van de verdachte. Bij een veroordeling adviseert de reclassering oplegging van een voorwaardelijke straf met daaraan verbonden de navolgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht, een contactverbod met de medeverdachten, de verplichting tot het hebben van een passende dagbesteding en de verplichting tot het geven van inzicht in zijn financiën.
7.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De inbeslaggenomen voorwerpen
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
30 (DERTIG) MAANDEN;
74 dagen), bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
12 (TWAALF) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;