ECLI:NL:RBDHA:2026:1938
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding na besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Verzoeker diende een beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Op 9 januari 2026 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De minister gaf aan bereid te zijn de proceskosten te vergoeden. De rechtbank vond het niet nodig partijen te horen en oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep, waardoor proceskostenvergoeding toewijsbaar was.
Gezien de lichte aard van de zaak en het inschakelen van een professionele hulpverlener, werd een vergoeding van €467,- toegekend, inclusief het griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 30 januari 2026.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van €467,- aan proceskosten na alsnog besluit op aanvraag.