ECLI:NL:RBDHA:2026:19378
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel vreemdelingenbewaring wegens onderduikrisico en terugkeerweigering
Eiser is in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou ontwijken. De rechtbank stelt vast dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft en dat het terugkeerbesluit van 23 oktober 2025 rechtsgeldig is gepubliceerd en van kracht is.
Eiser heeft de gronden voor de bewaring niet betwist, maar stelde dat de refoulementbeoordeling onvoldoende was en dat het terugkeerbesluit niet correct was bekendgemaakt. De rechtbank oordeelt dat de refoulementbeoordeling zorgvuldig is uitgevoerd, waarbij eiser meerdere malen is gehoord en geen concrete vrees voor vervolging heeft aangetoond. Ook is het terugkeerbesluit volgens de wettelijke regels bekendgemaakt.
De rechtbank acht de maatregel van bewaring passend en noodzakelijk, mede gelet op het ontbreken van een lichter middel en het feit dat de minister voldoende rekening heeft gehouden met de medische en psychische omstandigheden van eiser. Voorts is vastgesteld dat de minister voortvarend handelt om de uitzetting te realiseren. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.