ECLI:NL:RBDHA:2026:19373
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen buitenbehandelingstelling asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiseres, een Ethiopische vrouw, diende op 22 september 2025 een asielaanvraag in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie nam haar aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland vroeg op 12 november 2025 om terugname, wat Kroatië op 25 november 2025 accepteerde.
Eiseres voerde aan dat Kroatië haar internationale verplichtingen niet nakomt, met verwijzing naar systematische tekortkomingen in de asielprocedure en opvang, en haar persoonlijke situatie als slachtoffer van mensenhandel en mishandeling. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië nog steeds geldt en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling.
Daarnaast stelde eiseres dat de minister haar aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening ten onrechte niet aan zich heeft getrokken vanwege haar kwetsbaarheid en traumatische ervaringen. De rechtbank vond dat de minister zijn discretionaire bevoegdheid in redelijkheid heeft uitgeoefend en dat de omstandigheden van eiseres geen bijzondere individuele omstandigheden vormen die een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de buitenbehandelingstelling van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.