ECLI:NL:RBDHA:2026:19363

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
NL25.44060
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens kennelijke ongegrondheid

Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 5 september 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Verzoeker heeft tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Op dezelfde dag is tevens uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.44059), waarbij het beroep is behandeld.

Gezien de uitspraak in de hoofdzaak wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is verklaard en de hoofdzaak is behandeld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.44060

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 5 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.44059, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 10 juli 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.