ECLI:NL:RBDHA:2026:19359
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter F.A.M. Veraart naar aanleiding van een zitting op 4 mei 2026 in een civiele zaak tegen de Staat der Nederlanden. Zij klaagde vooral over de wijze waarop zij door de rechter werd bejegend tijdens de zitting.
De wrakingskamer oordeelde dat klachten over de bejegening niet via wraking kunnen worden behandeld, tenzij er sprake is van de schijn van partijdigheid. Er waren echter geen concrete feiten die dit aannemelijk maakten. Ook het argument dat de rechter onvoldoende voorbereid was en geen schikkingspoging had gedaan, werd verworpen omdat de rechter de regie over de zitting heeft en vragen stellen ter verduidelijking normaal is.
De wrakingskamer concludeerde dat geen sprake was van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid en wees het verzoek af. Het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen voor partijdigheid.